Ondanks alles een held

DezemaandCasas 1

 

Bartolomé de las Casas heeft zich met praktijken ingelaten die we nu verachtelijk vinden. Hij emigreerde in 1502 als ongeveer 18-jarige naar Hispaniola. Columbus had dit eiland, waarop nu de Dominicaanse Republiek en Haïti liggen, tien jaar eerder voor Spanje geclaimd. Las Casas nam deel aan militaire expedities tegen de lokale bevolking en aan slavenjachten. Hij werd er tot Dominicaans priester gewijd en ging als geestelijke mee met de Spaanse conquistadores die in 1513 op Cuba bloedbaden aanrichtten onder Indiaanse stammen. 

 

Marianne Mooijweer

 

Als beloning kreeg hij op Cuba een landgoed en wat Indianen als werkvolk. Dit was conform het encomienda-stelsel ( 'encomendar'=toevertrouwen). In de mijnen en op de plantages werd de lokale bevolking - eerst militair overweldigd - toevertrouwd aan conquistadores. Zij moesten de Indianen voedsel geven, onderdak, scholing en evangelisatie. De Indianen leverden werk of producten. Het is makkelijk te bedenken hoe dit stelsel kon ontaarden in wreedheid, uitbuiting en feitelijke slavernij.
Las Casas zelf schijnt een redelijke baas te zijn geweest. Hij maakte zich ook oprecht zorgen dat zoveel Indianen in Nieuw Spanje stierven. We weten nu dat ze vooral bezweken aan besmettelijke 'kinderziekten' zoals de waterpokken en mazelen. In het westen maakte je ze als kind door en bouwde je er weerstand tegen op, maar in Amerika waren deze ziekten onbekend en dodelijk voor volwassenen. De Spanjaarden zelf dachten destijds dat er zoveel Indianen overleden omdat ze werden afgebeuld op de plantages en in de mijnen, of niet geschikt waren voor dat zware werk. In een boek over de koloniën dat Las Casas in 1516 publiceerde, deed hij dan ook de aanbeveling om hen te vervangen door Afrikaanse slaven. Zo kon Spanje toch over edele metalen en andere koloniale schatten blijven beschikken. Dit is hem nog eeuwen nagedragen, alsof hij in zijn eentje verantwoordelijk was voor de Atlantische slavenhandel. Die was echter in 1516 al van start gegaan, al denken sommige historici wel dat de Spaanse kroon zich door zijn advies aangemoedigd voelde.

 

Openbaring
De westerse kolonisatie en evangelisatie heeft de Indiaanse culturen aangetast en de slavenhandel heeft diep ingegrepen in het leven van Afrikanen. Deze bittere erfenis is tot op de dag van vandaag merkbaar. Las Casas heeft aan dit alles bijgedragen. Toch zou ik hem een held willen noemen. Een held is moedig, niet bang zijn nek uit te steken, iemand die uitmunt door grootse daden. Het is een kwestie van discussie en smaak wat grootse daden zijn; Indianen en Afrikanen uitbuiten valt er niet onder, dat is duidelijk, maar Las Casas verdient het predicaat held dan ook juist omdat hij hiervan afstand nam.
Hij kreeg in 1514 een soort openbaring waardoor hij besefte dat hij en heel het Spaanse bestuur fout zaten. Bezig aan een preek bestudeerde hij het boek Sirach, dat niet tot de Hebreeuwse of protestantse maar wel de katholieke bijbel behoort. Dit noemt onacceptabel voor God wat onwettig verworven is, zoals brood gestolen van de armen. Het gaf, samen met wat hij meegemaakt had, zo'n inspirerend inzicht dat Las Casas brak met zijn oude bestaan. Hij ging leven naar zijn nieuwe overtuiging dat Indianen een beter leven verdienden en probeerde anderen door boeken en debatteren mee te krijgen in deze ommekeer. Hij distantieerde zich na enige jaren ook van de zwarte slavernij.
Een held dus - met deze kanttekening: hij moderniseerde zijn opvattingen over mensenrechten, maar bleef als kind van zijn tijd geloven dat Spanjaarden recht hadden zich meester te maken van de rijkdommen in Nieuw Spanje. Maar het moest vreedzaam gebeuren. In zijn boeken legde hij uit hoe: boeren uit Spanje moesten er kleinschalige familieboerderijen beginnen, en zo suiker enzovoorts produceren. Indianen zouden in natura of met werk een schatting aan de Spaanse koning betalen en kregen in ruil een huis in nieuwe stadjes rond de mijnen en handelscentra, waar scholen waren, een ziekenhuis en een kerk. Hun bekering wilde hij echter alleen op vrijwillige basis accepteren.

 

DezemaandCasas

Las Casas vreesde dat veel Indianen aan mishandeling bezweken voor ze bekeerd waren, of dat God anders Spanje speodig apocalyptisch zou straffen voor zijn wandaden in de kolonie. Hij beschreef de situatie dus zo urgent mogelijk. Vijanden van Spanje vatten zijn boeken letterlijk op en gebruikten ze om Spanje ineen kwaad daglicht te stellen. Ook de illustraties, zoals bijgaande van Theodore de Bry, overdreven de wreedheid van de conquistadores en verbreiden deze Zwarte Legende nog verder. 

 

Zelf laten zien dat het werkte
Las Casas vertrok in 1516 naar Spanje om te lobbyen tegen het encomiendastelsel. Dit was de eerste van negen werkreizen tussen de kolonie en het moederland, opmerkelijk in de 16de eeuw toen dit een gevaarlijke en langdurige tocht was. Het geeft aan hoe gemotiveerd hij was. In 1520 kreeg hij na lang soebatten de kans om zijn vreedzame kolonisatiemethode te demonstreren. De koning wees hem een stuk land toe in Venezuela. Maar het liep allemaal mis. Deels door een kruideniersmentaliteit van het hof: het perceel was te klein voor zijn plan om álle Indiaanse slaven veilig te herhuisvesten. Parels en goud winnen en verkopen mocht hij niet, wat de onderneming voor investeerders onaantrekkelijk maakte. Uiteindelijk trok hij erheen met geleend geld en met een stel Spaanse boeren voor het ontginningswerk. Die zagen ervan af toen bleek dat juist in zijn gebied tegen alle afspraken in slavenjachten waren geweest. De geprovoceerde Indianen hadden als represaille het plaatselijke klooster overvallen en waren niet erg in voor welk nieuw experiment dan ook. Las Casas begon in zijn eentje. Na een paar maanden ploeteren vielen de Indianen weer aan. Vier lokale medewerkers werden gedood.


Las Casas gaf de kolonie op en ging in een Dominicaans klooster, op Hispaniola. Maar hij sloot zich daar niet op. Zeer riskant was zijn verblijf in de binnenlanden van Guatemala in 1537-1538, waar nog geen andere Spanjaarden geweest waren. Hier wilde hij onbeschermd door soldaten met andere geestelijken de superioriteit van vrijwillige bekering laten zien. Hij wilde geen Indianen dopen zonder dat ze werkelijk besef toonden van het nieuwe geloof. Collega-missionarissen elders die wat minder vreedzaam en grondig te werk gingen en Indianen en masse en vaak onder dwang bekeerden, vonden hem fanatiek en onpraktisch en zijn kersteningsmethode te tijdrovend. De Indianen zouden aan het moorden slaan voor ze de voordelen van het christendom hadden gezien. In Guatemala bewees Las Casas hun ongelijk, want de missiepost was een succes - misschien niet vanuit modern Indiaans oogpunt vanwege het afzweren van de inheemse religie, maar wel naar de standaard van die tijd.
In 1540 gaf de kerkleiding in Spanje hem gelijk: massadopen werden verboden. Las Casas werd bisschop van Chiapas (Mexico) maar reisde eerst naar Spanje om aan het hof koning Karel V tot beschermende wetgeving te krijgen.

 

DezemaandCasas 3

Las Casas bestreed het idee dat indianen onbeschaafd waren en dat Spanje daarom het recht had hun samenleving met geweld te ordenen. De 19de-eeuwse schilder Rodrigo Gutiérrez liet dat met dit schilderij van een rustig politiek overleg in de stad Tlaxcala ook zien. De Tlaxcala gingen een alliantie aan met de Spanjaarden tegen de gezamenlijke vijand de Azteken. Nationaal Museum voor kunst, Mexico Stad. 

 

Wie won het debat van Valladolid
Karel wilde het encomiendastelsel alleen geleidelijk afschaffen, zodat Spaanse kolonisten en schatkist er weinig onder leden, en kwam in 1542 met een wet: encomienda's vervielen aan de kroon bij overlijden. Ambtenaren en geestelijken moesten ze meteen al inleveren. Indianen werden als vrije mensen beschouwd, die voor hun werk betaald moesten worden en een faire belasting moesten betalen. Het duurde tot Las Casas' ergernis dus nog wel even voor het stelsel echt verleden tijd zou zijn. Hij kon het proces niet versnellen. Hij had eerst alleen in kleine kring wat kunnen doen, zoals in Guatemala, maar toen hij als bisschop een formele functie met macht kreeg, verbruide hij zijn kans door zijn rechtlijnige opstelling: in 1545, terug in Mexico, maakte hij zijn bisdom meer dan duidelijk waar hij voor stond. Hij verbood zijn priesters om slavenhouders absolutie te geven; als zij hun slaven mishandelden, moest zelfs excommunicatie volgen. Zijn scherpslijperij leidde tot enorme irritatie bij de kolonisten, toch al witheet vanwege Karels milde hervormingswet die zij - terecht - met Las Casas associeerden al vond die juist de maatregelen ontoereikend. Toen Karel zijn wet na drie jaar vanwege de vele protesten en opstanden introk, kwam de opgekropte woede tot uiting in gewapende opstand. Las Casas' positie werd onhoudbaar en hij moest in 1546 naar Spanje vertrekken - ditmaal voorgoed.
Hier kreeg hij te maken met beschuldigingen van verraad: hij leek wel de legitimiteit van het gehele Spaanse koloniale bestuur aan de kaak te stellen. Terwijl de kolonisten in de ogen van veel 16de-eeuwers toch dappere christelijke pioniers waren die met gevaar voor eigen leven een stelletje wilden kwamen beschaven. In 1550 kregen de tegengestelde visies op het kolonialisme een gezicht. In het fameuze Dispuut van Valladolid stonden twee geleerde Dominicaner priesters tegenover elkaar voor een jury van geestelijken en juristen. Aan de ene kant Juan Ginés de Sepúlveda, die van mening was dat Indianen van nature inferieur waren. Spanje had het volste recht hen tot slaaf te maken; sterker, het was Spanje's plicht om christendom, orde en onderlinge vrede te brengen. Aan de andere kant Bartolomé de las Casas, die onder meer opperde dat Indianen helemaal niet onbeschaafd waren. Na een paar maanden delibereren besliste de jury dat geen van tweeën had gewonnen; het was niettemin het eerste nationale debat over de rechten van gekoloniseerde volken.

 

Zwarte legende
Las Casas was vrij om te gaan. Hij huurde in 1551 een kloostercel in Valladolid. Hij bleef bij het hof lobbyen en boeken schrijven, tot enkele jaren voor hij overleed op 18 juli 1566, 82 jaar oud. Zijn werk is al snel gretig gebruikt door mensen die Spanje in een kwaad daglicht wilden stellen, zoals uitgevers in de Nederlandse Republiek. De wreedheden jegens de Indianen die hij beschreef, werden mede basis voor de 'Zwarte Legende' die het Spaanse koloniale bestuur demoniseerde. In Spanje zelf is hij heel lang controversieel gebleven. Dat zag toch liever een positief verhaal over de conquistadores. Maar nu geldt hij toch vooral als de eerste die in het geweer kwam voor mensenrechten.

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: