Jachtshows in Romeins Noord-Afrika

Sparreboom1

 

Dankzij films hebben we een beeld van de Romeinse gladiatorengevechten. In Gladiator wordt een leeuw tegen een gladiator ingezet, en we weten dat ook christenen voor de leeuwen werden gegooid. In amfitheaters in heel het Romeinse Rijk vochten jagers echter met gevaarlijke roofdieren. Anna Sparreboom onderzocht de jachtspektakels in de Noord-Afrikaanse provincies.

 

 

‘Dood Gallicus, zoon van Prima, verdrijf hem, verwond hem, nu, op dit moment in het amfitheater. Ik wil dat zijn voeten verstrikt raken en zijn lichaam ook, ik wil dat hij verdwaasd en verblind wordt zodat hij beer noch stier kan doden, niet met een enkele en ook niet met twee of drie klappen. Doe het, in naam van de almachtige levende god, nu, nu, snel, snel. Laat de beer hem stompen en verwonden.’
Deze vervloekingstekst werd in 1896 gevonden in een ondergrondse ruimte van het Romeinse amfitheater van Carthago, nog altijd te bezoeken in de Tunesische hoofdstad Tunis. De vloek is gericht tegen Gallicus die zou optreden als dierenvechter in diezelfde arena. Degene die deze tekst schreef, ergens rond het jaar 250, wenste dat Gallicus en plein public zou falen, dat zijn optreden zou mislukken en dat zijn wilde tegenstanders hem zouden verwonden.

 

 

Sowieso wel gevaarlijk
Naar de motieven van de vervloeker kunnen we alleen maar gissen, maar zeker is dat het werk van de dierenvechters ook zónder dit soort vervloekingen gevaarlijk was. Hij hoorde namelijk tot de venatores (jagers) die met wilde dieren vochten in een van de vele jachtspektakels die je kon bezoeken in de arena’s van Noord-Afrika. In de Afrikaanse provincies stonden er wel zo’n vijftig, na Italië de grootste dichtheid van het Romeinse Rijk.

 

 

Afrikaanse amfitheaters

De Afrikaanse arena’s werden gebouwd tussen 40 v.Chr. en 250 n.Chr., toen hier de economie bloeide vanwege de export naar Italië. De steden kenden een rijk cultureel leven en daar hoorden amfitheaters bij. Het grootste stond in Thysdrus, het huidige El Djem in Tunesië, en bood plaats aan 40.000 toeschouwers. De arena van Carthago, waarin Gallicus zou optreden, had ongeveer 30.000 plaatsen.

 

sparreboom3

Leeuwen vallen een zwijn aan, Romeins mozaïek uit ca. 150 (El Djem Museum Tunesië).

 

 

Van struisvogel tot luipaard
In de gevechten kwamen mensen uit tegen beren en stieren (zoals in het geval van Gallicus), maar ook leeuwen, luipaarden en struisvogels werden gebruikt voor dit soort jachtspektakels, die in de Afrikaanse provincies populairder waren dan gladiatorenspelen. Op talloze mozaïekvloeren en een enkele wandschildering die zijn gevonden in villa’s en badhuizen in Romeins Afrika, vinden we scènes van venationes die ons een idee geven van de variëteit aan gevechten. Venatores joegen in teams op groepen losgelaten herten en struisvogels, dierenvechters gewapend met speer of lasso vochten één op één tegen een leeuw, een luipaard of beer, of dieren werden opgezet om tegen elkaar te vechten door ze aan elkaar vast te ketenen. De dierenvechters droegen een pantser en soms een schild om zich tegen de wilde beesten te beschermen, maar het was onvermijdelijk dat zij gewond raakten en soms zelfs stierven aan hun verwondingen. Het lot van de dieren was treurig: zij werden meestal gedood.

 

 

Beren met een bal op hun snuit
Dieren die getraind waren om bepaalde trucjes uit te voeren, hadden misschien iets meer ‘geluk’; zij traden meer dan één keer op en konden dan voor meerdere spektakels ingezet worden, wat ook goedkoper was. Het lijkt erop dat er in de loop van de 4de en 5de eeuw steeds meer gebruik werd gemaakt van getrainde, tamme beesten, zoals beren die een bal op hun snuit lieten balanceren. Wellicht kwam dit doordat het aantal wilde dieren in Noord-Afrika daalde; een van de oorzaken was dat ze in groten getale werden gevangen voor amfitheatershows in het hele Romeinse Rijk.
Wie organiseerden de venationes eigenlijk, en waarom? En wie waren de venatores? En waarom vond men de bloederige spektakels zo aantrekkelijk? Lees het in het oktober-nummer van Geschiedenis Magazine, vanaf 5 oktober in de winkel!

 

 

Anna Sparreboom promoveerde in 2016 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Venationes Africanae. Hunting Spectacles in Roman North Africa: Cultural Significance and Social Function. Het is verkrijgbaar bij de auteur via LinkedIn of via de redactie.

 

 

 

afbeelding Gladiatoren (venatores) tegenover een tijger (5de eeuw, Mozaïekmuseum Istanbul).

Aanmelden nieuwsbrief