Rumoer rondom graf van Franco

Valle de los Caídos

 

 


Onlangs besloot het Spaanse kabinet dat Franco weg moet uit zijn praalgraf in El Valle de los Caídos (de Vallei der Gevallenen), waar hij ligt te midden van zijn slachtoffers. Koen Vossen vertelt over de lang toegedekte gruwelen van Franco en over de geleidelijk veranderende omgang met het verleden.

 

 

‘Spanje is anders’, zo luidde de slogan waarmee de Spaanse overheid vanaf de jaren zestig toeristen naar het land hoopte te lokken. Spanje was spotgoedkoop, onbedorven, relaxed, hartelijk en bovenal zonnig. De mannen waren er hoffelijk en stoer, de vrouwen dansten er gepassioneerd de flamenco.

 

Massatoerisme in vissersplaatsjes
De campagne werkte. In groten getale trokken Nederlanders, Duitsers, Engelsen en Scandinaviërs in de jaren zestig en zeventig naar Spanje voor een goedkope en zonovergoten strandvakantie. Slaperige vissersplaatsjes als Benidorm, Lloret de Mar en Torremolinos werden in enkele jaren centra van het nieuwe massatoerisme. De Spaanse economie groeide als kool: alleen het Japanse Bruto Nationaal Produkt steeg in deze jaren sneller. Buitenlandse investeringen namen toe terwijl hippies en kunstenaars het eiland Ibiza ontdekten als nieuw paradijs. Voetballers als Johan Cruijf en Günther Netzer gingen voor veel geld in de Spaanse competitie spelen.

 

Vooral op politiek gebied anders
Het effect van de ‘Spanje is anders’-campagne was paradoxaal genoeg dat Spanje in economisch en cultureel opzicht ‘normaler’ werd. Alleen op politiek gebied was Spanje begin jaren zeventig nog beduidend anders: het was al sinds eind jaren dertig een dictatuur onder leiding van Francisco Franco y Bahamonde (1892-1975). Franco was dankzij de hulp van nazi-Duitsland en het fascistische Italië na een bloedige burgeroorlog alleenheerser geworden en was dat ook na de Tweede Wereldoorlog gebleven. In Franco’s dictatuur bestonden op zijn eigen falangistische beweging na geen politieke partijen. Het Spaanse parlement (de Cortes) had geen enkele macht evenmin als de vakbonden, de media waren onderworpen aan strenge censuur en politieke activisten belandden in de gevangenis of werden soms zelfs ter dood veroordeeld.

 

‘Niet zo totalitair’
Voor een enkeling was dit reden om Spanje te mijden, maar de meeste Europese toeristen wensten vakantie en politiek van elkaar te scheiden. De Spaanse dictatuur was geen totalitair regime, zo heette het dikwijls, en Franco geen tiran van het kaliber van Adolf Hitler, Josef Stalin of Mao tse Toeng. Ook historici en politicologen plaatsten Franco’s regime eerder in de categorie van de meer traditionele Latijnse juntaregimes. Dit is wellicht juist voor de relatief soepele fase van het Franco-regime die eind jaren vijftig begon, hoewel ook toen nog verschillende tegenstanders aan de worgpaal stierven.

 

Periode van terreur
Hier ging echter een periode van nietsontziende en omvangrijke terreur, massamoord, vervolging, indoctrinatie en hongersnoden aan vooraf. Uit verschillende recente studies is dit gebleken, waaronder dat van de Britse historicus Paul Preston, alom gewaardeerd als de meest gezaghebbende kenner van het 20ste-eeuwse Spanje. De conclusie moet luiden dat de repressie en terreur die Franco en zijn metgezellen in de periode vanaf het begin van de Spaanse Burgeroorlog (juli 1936) tot omstreeks 1950 uitoefenden, de vergelijking met de stalinistische Sovjet-Unie, Hitler-Duitsland en het China van de Culturele Revolutie kan doorstaan.

 

Overschaduwd door de Tweede Wereldoorlog
De Spaanse Burgeroorlog brak uit nadat een groep generaals, onder wie Franco, in opstand kwam tegen de linkse regering van de Tweede Republiek. Over de Spaanse Burgeroorlog is veel geschreven. Die aandacht is niet in de laatste plaats te danken aan de culturele betekenis ervan, met de schilderijen van Pablo Picasso en Salvador Dali en de romans van George Orwell, André Malraux en Ernest Hemingway. De Spaanse Burgeroorlog was echter ook het toneel van de eerste grootschalige bombardementen van burgerdoelen (zoals op het stadje Guernica), van omvangrijke zuiveringsacties achter het front, massale vernielingsdrang en schijnbaar ongecontroleerde geweldsexplosies. In de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit alles elders op nog grotere schaal, waardoor het Spaanse geweld van de jaren dertig met terugwerkende kracht wellicht wat is overschaduwd.

 

Terreur achter het front
Toch zijn de Spaanse geweldsuitbarstingen wel beschreven. Niet alleen de nationalisten van Franco maakten zich eraan schuldig, ook de linkse milities, die het vooral gemunt hadden op geestelijken en op meer welgestelden. De schatting is dat in Spanje minstens even veel slachtoffers zijn gevallen door de terreur achter het front als door de gevechtshandelingen. Er is berekend dat de repressie in de door Franco beheerste delen van Spanje aan ongeveer honderdduizend mensen het leven heeft gekost, terwijl het aantal slachtoffers van repressie en geweld in de republikeinse zone rond de vijftigduizend bedroeg.

 

Massamoord als noodzaak
De zuiveringsacties van Franco’s legers in Andalusië en Extremadura doen denken aan de daden van de Einsatzgruppen in de Oekraïne en Polen. In een stad als Badajoz werden in een week tijd bijvoorbeeld 4000 mensen zonder enige vorm van proces omgebracht. Uit verschillende bronnen is inmiddels gebleken dat Franco de massamoorden als noodzakelijk zag. Aan de Italiaanse ambassadeur verklapte Franco dat wat hem betreft de burgeroorlog nog wel enige tijd zou mogen duren. ‘Ik zal Spanje stap voor stap, dorp voor dorp, spoorweg voor spoorweg bezetten.(...) Ik zal de hoofdstad geen uur eerder dan noodzakelijk innemen. Eerst moet ik de zekerheid hebben dat ik een regime kan vestigen.’

 

De oorlog na de oorlog
Die zekerheid verwierf hij door het uitroeien van zo veel mogelijk tegenstanders en hun verderfelijk geachte gedachtegoed. Daarom verklaarde Franco de Spaanse Burgeroorlog pas in april 1948 officieel voor beëindigd, ook al had hij in 1939 de militaire overwinning al behaald. Gebruik makend van de staat van oorlog kon hij in deze negen jaar zonder grote juridische problemen zijn bloeddorstige repressie voortzetten.

 

Franquistische Goelag
Door de grote aandacht voor de jaren dertig is ondergesneeuwd geraakt dat het regime van Franco vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de ogen van de wereld niet langer op het afzijdige Spanje waren gericht, op gruwelijke wijze wraak nam op de overwonnen tegenstanders. Tienduizenden Spanjaarden zijn toen meestal zonder enige vorm van proces geëxecuteerd omdat zij ervan verdacht werden op enigerlei wijze aan de foute kant te hebben gestaan. Een abonnement op een verkeerde krant, een relatie met een verdacht figuur of zelfs het verrichten van huishoudelijk werk voor een tegenstander konden voldoende zijn om de kogel te krijgen.

 

Gevangen op het strand
Daarnaast verdwenen wederom tienduizenden in het omvangrijke netwerk van gevangenissen en strafkampen, dat door de historicus Antony Beevor is aangeduid als de franquistische Goelag. Sommige van de later zo populaire stranden werden omheind en gebruikt als strafkamp, waar de gevangenen dagen in de brandende zon zonder drinken en eten moesten zien te overleven. Door de enorme overbevolking van deze kampen en gevangenissen, het gebrek aan eten en de wreedheid van de bewakers stierven de gevangenen bij bosjes, wat ook precies de bedoeling was. Een gevangene was, zo placht de directeur van de Barcelonese gevangenis te zeggen, ‘een miljoen maal minder waard dan een stuk stront.’

 

Vallei der Gevallenen
Naar verluidt was zelfs ss-baas Heinrich Himmler geschokt toen hij een Spaans kamp bezocht: hij adviseerde zijn Spaanse gastheer om de gevangenen in te zetten voor zware arbeid. Zo is het 180 kilometer lange Guadalquivir-kanaal uitgegraven door duizenden dwangarbeiders, terwijl het bombastische monument in de Valle de los Caídos (Vallei der Gevallenen) nabij Madrid door 20.000 strafgevangenen uit de rotsen is gehouwen.

 

Monumento a la memoria de los presos del canal

Pas onder de sociaal-democraat José Zapatero (2004-2011) ontstond er meer openheid en begrip voor de slachtoffers van Franco. Zo kwam er in 2009 dit monument voor de politieke gevngenen die het Guadalquivirkanaal hebben gegraven.

 

 

Kinderroof
Het regime paste ook andere wreedheden toe. Het haalde zo’n 12 000 kinderen bij de ouders weg en droeg hen over aan weeshuizen of liet hen adopteren door nationalistische gezinnen - een praktijk die later ook in het Argentinië van generaal Videla is toegepast. Deze kinderroof werd gerechtvaardigd door een pseudo-wetenschappelijke theorie die stelde dat alle linkse denkbeelden een geestesziekte waren, waaraan kinderen niet mochten worden blootgesteld. Men bespaarde de kinderen dus een toekomst als krankzinnige.

 

Hongerjaren
Veel anderen verloren ‘slechts’ hun baan: meer dan negentig procent van de ambtenaren in Barcelona bijvoorbeeld is na 1939 ontslagen, wat acute armoede betekende. De jaren veertig staan in Spanje bekend als los Años de Hambre, de hongerjaren. Dit was grotendeels het gevolg van een rampzalig economisch beleid dat in autarkie de beste garantie zag voor de wederopbouw van het land. Onder meer in Andalusië braken hongersnoden uit. Schattingen van het aantal doden door de economische nood variëren van 180 000 tot 250 000. Die autarkie was deels overigens noodzaak aangezien Franco na 1945 vrijwel al zijn bondgenoten was kwijtgeraakt: Spanje werd aanvankelijk zelfs niet tot de Verenigde Naties toegelaten.

 

Versoepeling in de jaren vijftig
In de jaren vijftig was het ergste leed geleden. Het aantal executies nam af, deels om de doodeenvoudige reden dat vrijwel iedere potentiële tegenstander inmiddels was opgeruimd dan wel was gevlucht (zoals zo’n 350 000 Spanjaarden deden). Deels echter was de versoepeling ingegeven door Franco’s wens om het internationaal isolement te doorbreken. Dankzij de Koude Oorlog kon hij zich presenteren als schildwacht van het westen en was hij in verschillende internationale organisaties weer welkom.

 

Alle tijd om sporen te wissen
Dat de omvang en gruwelijkheid van de terreur van het Franco regime pas zo lang na Franco’s dood in 1975 aan het licht zijn gekomen, ligt deels eenvoudigweg aan het het ontbreken van archiefmateriaal. Zoals alle genocidale regimes liet het regime van Franco zo min mogelijk documenten na van zijn misdaden. Anders dan de nazi’s hadden de franquisten bovendien alle tijd om alle sporen uit te wissen: het vernietigen van archieven was in de jaren zestig en zeventig een omvangrijke overheidstaak.

 

galle general franco

Na Franco's dood in 1975 besloten politieke leiders dat het gepolariseerde Spanje het meest gebaat was bij toedekken van het verleden. Er waren nog decenia lang Franco-straten.(Foto via David Perez, Wikimedia Commons).

 

Het pact van het vergeten
Belangrijker is echter de onwil in het post-franquistische Spanje om zich al te veel met het verleden bezig te houden. Na de dood van de dictator begon een zeer voorzichtig proces van democratisering en ontmanteling van de franquistische instituties. Om een nieuwe burgeroorlog te voorkomen en het grotendeels door Franco-aanhangers gedomineerde leger niet tegen het hoofd te stoten, besloten de voornaamste politici om het verleden te laten rusten. Dankzij dit pacto del olvido (pact van het vergeten) hoefde geen van de militairen of politici uit de Franco-tijd verantwoording af te leggen en konden veel van hen zelfs een politieke doorstart maken. Zo zijn in de huidige regeringspartij, de conservatieve Partido Popular (pp), nog steeds veel oude Franco-aanhangers actief. Praten over het verleden is in deze kringen geen geliefde bezigheid. Als Franco ter sprake komt, dan vooral in vergoelijkende zin: het is toch dankzij de ‘caudillo’ dat Spanje als natie niet uit elkaar is gevallen en dat het geen satelliet van de Sovjet Unie werd?

 

Het groten vergeten voorbij
De Vereniging voor het Herstel van de Historische Herinnering, die onder meer is begonnen met het lokaliseren en uitgraven van de honderden massagraven, kreeg pas enige overheidssteun tijdens het premierschap van de sociaal-democraat José Luis Zapatero (2004-2011), zelf kleinzoon van een geëxecuteerde militair. Zapatero heeft ook een Wet Historische Herinnering doorgevoerd, die onder meer de verwijdering van de franquistische symbolen moest mogelijk maken.
Snel zet deze kentering echter niet door. Voor de talloze werkloze Spaanse jongeren heeft het verleden weinig prioriteit: na jaren van stilzwijgen is Franco voor hen, in de woorden van Maarten Steenmeijer ‘een vaag figuur uit een ver verleden die zo ongeveer tot de categorie Karel v en Filips ii behoort’. Toch lijkt de tijd van het grote vergeten voorbij. De gruwelpraktijken van Franco zijn in kaart gebracht en kunnen niet meer ontkend worden. De vraag is alleen nog, hoe zwaar ze wegen.

 


Koen Vossen is politiek historicus. Hij publiceerde onder meer over populisme in heden en verleden, nieuwkomers in de politiek, Nederland en de Spaanse Burgeroorlog en de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland. Dit artikel verscheen eerder in Geschiedenis Magazine.

 

afbeelding: El Valle de los Caídos (Foto Sebastian Dubiel, via Wikimedia Commons).

 

Aanmelden nieuwsbrief