Surinaamse grond voor joodse ontheemden

1 Heldering

 

Op 14 mei 1948 werd Israël officieel onafhankelijk, een thuisland voor joden na eeuwen van diaspora. Vlak na de Tweede Wereldoorlog bestond er nog een ander plan om joden een thuis te bieden: in Suriname. 30.000 joodse ontheemden en vluchtelingen uit Midden- en Oost-Europa zouden hier de mogelijkheid krijgen een nieuw leven te beginnen. Het plan, afkomstig van de Amerikaans-joodse organisatie Freeland League, werd nooit uitgevoerd. Alexander Heldering zocht uit waarom niet. 

  

Vestigen en land ontginnen 

De Freeland League trok zich al voor de Tweede Wereldoorlog het lot van joodse vluchtelingen aan. Oprichter Isaac Steinberg was zelf zo’n vluchteling. Naar Duitsland verbannen door Lenin, vluchtte hij in 1933 voor de nazi-dreiging naar Londen. Hier startte hij met anderen de Freeland League. Deze zocht naar een dunbevolkt gebied, ergens in Australië of Zuid-Amerika, waar joden die de nazi-terreur ontvluchtten zich konden vestigen en het land ontginnen. De League volgde hiermee dus een ander beleid dan de zionisten, die sinds eind 19de eeuw streefden naar het stichten van een onafhankelijke joodse staat in Palestina. De vluchtelingen die de League hielp, zouden juist loyale staatsburgers van hun gastland moeten worden, maar wel met behoud van hun eigen joodse cultuur en het Jiddisch.
Nog tijdens de oorlog onderhandelde de Freeland League met de Australische regering over een mogelijke kolonisatie door 75.000 Europese joden in een afgelegen gebied in Noordwest-Australië. Tevergeefs. De regering te Canberra wenste uiteindelijk geen vestiging van een grote, aaneengesloten groep immigranten.

 

Wijkplaats Suriname
Na de oorlog was de naziterreur weliswaar verleden tijd, maar de Freeland League, inmiddels gevestigd in New York, zag nog steeds een taak voor zich weggelegd. De situatie van de holocaust-overlevenden vlak na de oorlog was precair. Velen leefden in kampen voor ontheemden (displaced persons, in het officiële jargon) in de Amerikaanse en Britse bezettingszones in Duitsland en Oostenrijk. De omstandigheden waren er erbarmelijk. Er was nauwelijks voeding of kleding. Bij gebrek aan geschikte huisvesting moesten ze soms zelfs in voormalige concentratiekampen bivakkeren. De League ging op zoek naar een alternatief voor Australië en dacht dat Suriname die nieuwe wijkplaats kon worden.

 

Joods Nationaal Tehuis 
Deze optie kwam niet uit de lucht vallen. In 1939 had een groep vooraanstaande Nederlanders op basis van een wetenschappelijke missie al geconcludeerd dat de kolonie geschikt was voor de vestiging van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Een jaar eerder had NSB-voorman Anton Mussert voorgesteld om alle Europese joden naar een nieuw Joods Nationaal Tehuis uit te wijzen dat het grondgebied van Suriname, Engels en Frans Guyana moest omvatten.

 

Raptschinsky adviseert de Freeland League 
Na de oorlog gebruikte een joodse Nederlander van Russische oorsprong, Boris Raptschinsky, Musserts voorstel als basis voor zijn eigen plan. In 1946 adviseerde hij op eigen initiatief de Freeland League om besprekingen te beginnen met de Nederlandse en Surinaamse regeringen. Inzet moest zijn de mogelijke vestiging in Suriname van Europese joden in de ontheemdenkampen.
De Freeland League nam het advies van Raptschinsky over. Suriname leek zeer geschikt voor joodse kolonisatie. Het was een dunbevolkt gebied en er waren eerder joden gevestigd geweest. In de 17de en 18de eeuw was hier immers de Jodensavanne, een bloeiende joodse ge-meenschap vijftig kilometer ten zuiden van Paramaribo.

 

Het Saramacca-project
Aan Nederlandse kant toonde men een zeker enthousiasme voor het verzoek van de Freeland League. Niet uit schuldbesef over het verhoudingsgewijs hoge aantal joden dat uit Nederland naar de concentratiekampen werd weggevoerd. Dat hiervan weinig sprake was, blijkt ook al uit de lauwe ontvangst van de uit de kampen teruggekeerde Nederlandse joden. Geld speelde daarentegen een belangrijke rol bij de bereidheid met de League te onderhandelen. Er was in het door de oorlog verarmde en door werkeloosheid geteisterde Nederland geen animo om ook nog eens grote aantallen joodse ontheemden uit andere Europese landen op te nemen. De vestiging van een grote groep mensen in het dunbevolkte Suriname daarentegen zou een stevige impuls aan de kwakkelende koloniale economie geven. Bovendien zou het de internatio-nale reputatie van Nederland opvijzelen (niet onwelkom vanwege de problemen in Neder-lands-Indië) en het zou Nederland geen cent kosten. De Freeland League had immers van meet af aan verklaard voor de financiering van de joodse kolonisatie in Suriname zorg te dragen.

 

District Saramacca 
Er kwam dan ook snel een principeakkoord tot stand. In juni 1947 besloot het Surinaamse parlement een maximum aantal van 30 000 joden toe te laten. De voorwaarden zouden later worden besproken. De ontginningen moesten komen in het district Saramacca, ten westen van Paramaribo. Amerikaanse deskundigen onderzochten de streek in opdracht van de League en rapporteerden begin 1948 dat deze geschikt was. De Freeland League zou de kosten van het Saramacca-project (geraamd op 35 miljoen dollar) dekken met door joodse organisaties en een aantal Amerikaanse vakbonden beschikbaar te stellen middelen.

 

Infiltranten
Toch is het allemaal niet doorgegaan. Waarop ketste het af? Er was om te beginnen in Suri-name weerstand gegroeid, vooral binnen de creoolse Nationale Partij Suriname (nps). De cre-olen, de grootste bevolkingsgroep, waren bang dat de joodse immigranten op den duur de macht in het land zouden overnemen. In haar PR-campagne verwees de NPS onder andere naar de joodse slavenmeesters die de suikerplantages rondom de Jodensavanne exploiteerden.
Bij de Nederlandse regering vatte de mening post (ten onrechte, zo blijkt uit recent onder-zoek) dat de Freeland League nooit de nodige fondsen voor het plan zou kunnen werven. Bovendien vreesde de regering dat in het bijzonder Oost-Europese joden naar Suriname zouden komen. Enkele ambtenaren in Den Haag waarschuwden dat ‘ze infiltranten zijn die Suriname in een communistische staat zullen veranderen’. Het is een bewering die elke grondslag mist, maar die destijds, toen de Koude Oorlog begon, wel bij Nederlandse bewindslieden aansloeg.

 

Tegenwerking zionistische campagne

Een bijzondere rol speelden de ontwikkelingen rond de stichting van de staat Israël en de zionistische campagne tegen de Britse blokkade van massale joodse immigratie naar Palestina. Dit was immers een Brits mandaatgebied tot Israël zich op 14 mei 1948 onafhankelijk ver-klaarde. Toen kon de joodse exodus uit Europa op gang komen. Volgens zionisten was Palestina daarvoor de enige juiste bestemming. Van andere kolonisatieprojecten wilden ze niets weten. Ook vanwege strategische redenen. Een aanvaardbaar alternatief voor migratie naar Palestina, zoals het Surinaamse Saramacca project, zou immers de druk op de Britten om de immigratie toe te staan, doen afnemen.

 

Opgeschort
Onder het motto dat er eerst een ‘algehele verduidelijking van de internationale situatie’ moest komen, schortte het Surinaams parlement halverwege 1948 de onderhandelingen op, en die zijn nooit hervat, ook al is het project nimmer formeel stopgezet.
De Freeland League beschouwde dit als een onterechte en eenzijdige beslissing. Weliswaar stond Israël nu open, maar volgens de League waren er nog tal van joden die een veilig toevluchtsoord ergens anders in de wereld zochten. Voor hen was vestiging in Israël juist onmo-gelijk: dat mocht alleen als de Messias was weergekeerd.

 

Nederland oefende druk uit op Suriname 

Na de ‘opschorting’ heeft de Freeland League nog bijna acht jaar lang geprobeerd om de onderhandelingen met de Surinaamse en Nederlandse regeringen te heropenen, maar zonder enig resultaat. Isaac Steinberg onderstreepte in zijn brieven aan minister-president Willem Drees dat Nederland zich tot in de Verenigde Naties ten gunste van het kolonisatieplan had uitgesproken. Hiermee geconfronteerd gaven Drees’ directe medewerkers toe dat de toezeggingen aan de Freeland League heel wat minder vrijblijvend waren dan ze in nota’s aan Drees hadden gesuggereerd. Dat de Nederlandse regering druk op Suriname heeft uitgeoefend om de onderhandelingen op te schorten, zoals de League volhoudt, is publiekelijk altijd door Nederland ontkend. Recent archiefonderzoek maakte het echter zeer aannemelijk, en binnenskamers is het nu ook toegegeven.

 


Alexander Heldring was diplomaat en promoveerde in november 2010 in Groningen op het proefschrift Het Saramacca project, een plan van joodse kolonisatie in Suriname, dat onlangs verscheen bij Verloren in Hilversum.

 

Afbeelding: De Jodensavanne, oude joodse gemeenschap 50 km ten zuiden van Paramaribo, getekend door Pierre Benoit ca 1830.

Aanmelden nieuwsbrief