450 jaar: Bruegel's Boerenbruiloft

bruegel1

Hij wordt beschouwd als de invloedrijkste Vlaamse schilder van de 16de eeuw. Pieter Bruegel de Oude was een van de grondleggers van de genreschilderkunst, dat zich toelegde op de verbeelding van het dagelijks leven. Het boerenleven was een favoriet onderwerp van de schilder, wat hem de enigszins spottende bijnaam ‘Boeren-Bruegel’ opleverde. Wie was deze schilder? En met wat voor bedoeling maakte hij 450 jaar geleden zijn bekendste werk? Francis Boer vertelt over De Boerenbruiloft.

 

Religieuze onrust

Er is weinig bekend over het leven van Pieter Bruegel. Het zijn de ruim veertig schilderijen die er van hem bewaard gebleven zijn die meer dan wat ook een inkijk geven in de persoonlijke leefwereld van de kunstenaar. Een man die naar alle waarschijnlijkheid in de buurt van Breda werd geboren, destijds gelegen in hertogdom Brabant. Hij kwam daar ergens tussen 1521 en 1526 ter wereld, en groeide op in een tijd van grote religieuze en politieke onrust. Keizer Karel V zwaaide de scepter over het Heilige Roomse Rijk, waar het gezag van de katholieke kerk steeds meer ondermijnd werd door protest van invloedrijke hervormers. Dit leidde uiteindelijk tot de stichting van een nieuwe kerk.

 

Het alledaagse leven in beeld

De gevolgen van de Reformatie zijn direct en indirect zichtbaar in het werk van Bruegel. Hij schilderde bijvoorbeeld bijna uitsluitend in opdracht van de Antwerpse en Brusselse elite, de katholieke kerk was niet meer de belangrijkste opdrachtgever zoals de eeuwen ervoor. Hij boorde een nieuwe, meer neutrale markt aan met zijn landschapsschilderingen en verbeeldingen van het alledaagse leven, geschikt voor zowel zijn protestantse als katholieke opdrachtgevers. Veel (kunst)historici scharen hem in een latere episode (tijdens de Beeldenstorm), aan de kant van de opstandelingen. Toch meent Leen Huet, die in 2016 een biografie schreef van Bruegel, dat dit meer op romantische idealen dan op historische kennis is gebaseerd.

 

Leermeester Coecke

Waar de schilder zijn vroege opleiding genoot is niet bekend, wel hebben kunsthistorici achterhaald dat Bruegel in de jaren ’40 van de 16de eeuw bij Pieter Coecke van Aelst in dienst trad. Niet als leerling, maar als ‘discipel’: een jonge kunstenaar die zijn opleiding al had afgerond, maar zich wilde vervolmaken bij een bekende meester. De verschillen tussen Coecke en Bruegel zijn vaak benoemd: waar de eerste de Italiaanse renaissanceschilderkunst promootte, werd Bruegel gezien als de verdediger van de noordelijke traditie. Hij liet zich meer inspireren door bijvoorbeeld Jheronimus Bosch dan door een Michelangelo qua thematiek en techniek.

Toch had de Italiaanse Renaissance ook grote invloed op hem. Van 1552 tot 1554 reisde hij namelijk naar en door Italië en maakte daar kennis met kunstenaars en hun hernieuwde liefde voor de Oudheid, en liet zich betoveren door de landschappen die hij onderweg tegenkwam.

 

Schoonvader Coecke

Toen hij terugkeerde naar de Lage Landen vestigde hij zich in Antwerpen, waar hij zich in eerste instantie bekwaamde in de prentkunst. In dienst bij In De Vier Winden van kunsthandelaar Hieronymus Cock ontwierp hij als graveur landschappen en moralistische taferelen, die als prent verkocht werden aan een groot publiek. Het leverde hem naast een vast inkomen een groeiende bekendheid op. Zozeer, dat hij vanaf 1554 weer regelmatig begon te schilderen, met succes.

In 1563 huwde hij een oude bekende; tijdgenoot en (kunst)geschiedschrijver Karel van Mander schrijft hierover: ‘Hij heeft de kunst geleerd bij Pieter Coecke van Aelst, met wiens dochter hij later trouwde en die hij, toen hij bij Pieter inwoonde, als klein kind dikwijls op de armen gedragen had.’ Het paar verhuisde vanuit Antwerpen naar Brussel, destijds de hoofdstad van de Lage Landen. Deze stad kende geen gelijke in de schilderkunst, en tot zijn vroege dood op 9 september 1569 had hij aan opdrachten geen gebrek. In de laatste zes jaren van zijn leven schilderde hij zijn bekendste (en meest geliefde) werken, waaronder een aantal plattelandstaferelen in 1568.

 

Een volkse, boertige schilder?

‘Om zijne voorstelling van boerentafereelen als: Bruiloften, Kroegen, Kermissen enz., werd hij de Boeren Breugel genoemd;(…) Weinige stukken zijn er van hem voorhanden, welke men zonder lagchen beschouwen kan, of die ten minste de stemmigsten en stuurschsten niet doen meesmuilen en grimlagchen.’ Dit citaat is afkomstig uit het Biografisch Woordenboek van 1855, en laat prachtig zien hoe de boerentaferelen die Bruegel veelvuldig schilderde na zijn tijd werden geïnterpreteerd. Men zag ze als het product van een volkse, boertige schilder die met zijn werk graag de lolbroek uithing. Beschreef Karel van Mander niet hoe Bruegel zich in zijn Antwerpse periode soms verkleedde als boer, en zo samen met vriend Hans Frankert deelnam aan kermissen en feesten op het Kempense platteland? Of dit laatste verhaal nu waar is of niet, Bruegel wist als geen ander ‘van dichtbij’ het boerenleven op doek te vangen.

 

Humanistische levensopvatting

Maar met welke bedoeling koos hij voor dit soort alledaagse, volkse onderwerpen? Zelf behoorde hij immers tot de stadse elite, nog specifieker: in Antwerpen bewoog hij zich in hoogopgeleide, humanistische kringen. Het was juist de levensopvatting van de humanisten die Bruegel stimuleerde om het dagelijks leven zo meesterlijk in beeld te brengen: alles wat de mens doet is immers interessant en mag beschouwd en onderzocht worden. Juist óók het harde bestaan van de ‘gewone man’.

 

bruegel4

Beiden een mysterieuze glimlach en neergeslagen blik... een subtiele verwijzing naar de aanstaande huwelijksnacht?

 

Waar is de bruidegom?

Een van zijn bekendste scènes uit het gewone leven is De Boerenbruiloft (ook wel Het Bruiloftsmaal genoemd). Het is waarschijnlijk in 1568 afgerond, een tijd waarin Alva’s Spaanse troepen de (Brusselse) stedelingen het leven moeilijk maakten. Vredige, idyllische beelden van het boerenleven zullen in die tijd gretig aftrek hebben gevonden bij de getroebleerde elite.

Op het eerste gezicht lijkt het een eenvoudig tafereel. De bruid is, ook al zou je dat niet direct zeggen, het centrum van dit schilderij. In een soort pyramidevorm tussen de twee sjouwers door zie je haar precies in het midden zitten. Achter haar is de schuur volgepakt met hooi, en ter ere van haar zijn een groen wandkleed en een rood-wit gestreepte papieren krans opgehangen. Maar waar vinden we de bruidegom?

 

Mysterieuze glimlach

Hier is veel over gezegd en geschreven, en meerdere figuren zijn – nooit met zekerheid – als bruidegom aangewezen. Zoals de heer die links voorin bier in kannen giet. De bruid en hij worden allebei met een mysterieuze glimlach en neergeslagen blik afgebeeld, alsof ze een geheim delen. Zou dit een subtiele verwijzing zijn naar de huwelijksnacht die aanstaande is? We weten in ieder geval dat Bruegel eerder minder subtiel een vrijend paartje in het hooi had geplaatst, maar dat uiteindelijk besloot over te schilderen. Andere (kunst)historici menen dat er helemaal geen bruidegom is afgebeeld, omdat het destijds traditie was dat hij pas later aansloot bij de feestelijkheden.


Enkel oog voor de rijstepap

Een paar andere gasten aan de tafel zijn beter te identificeren. Aan de linkerhand een paar hooggeplaatste gasten, een notabele, een franciscaner monnik en wellicht een landheer (in zwart kostuum). Veel van de overige aanwezigen hebben enkel oog voor de (destijds vrij kostbare) rijstepap voor hun neus en de nieuwe papkommen die juist op een kapotte houten deur wordt binnengebracht. Veroordeelt Bruegel hier de gulzigheid? Of past dit binnen de realistische weergave die de schilder van een dergelijk plattelandsfeest wilde geven? We zullen het misschien nooit weten.

 

Afbeelding: De Boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oude hangt in het Kunsthistorischs Museum in Wenen.

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: