Escher en Rome

Escher

 

De beroemde houtsnede ‘Dag en Nacht’ (1938) van kunstenaar M.C. Escher is door het Fries Museum aangekocht en zal een van de topstukken zijn in de komende tentoonstelling ‘Escher op reis.’ De wereldberoemde Escher woonde eind jaren 1920 een tijdje in Rome, waar hij een andere prachtige serie houtsneden maakte: ‘Nachtelijk Rome’ (1934). Arthur Weststeijn vertelt in Geschiedenis Magazine over de duistere kant van Rome, die ook Escher treffend verbeeldde.

 

Mooiste schilderslicht

Nederland is een land van schilders, maar het mooiste schilderslicht schijnt in Italië. Daarom trekken kunstenaars uit de Lage Landen al sinds de renaissance in groten getale zuidwaarts om het mediterrane licht te vangen op hun doek. Geen stad lonkt meer dan Rome, want daar vermengt het zonlicht zich met een breed palet van klassieke ruïnes en kleurrijke fresco’s, een eindeloze bron van inspiratie voor wie zich wil bekwamen met verf en penseel. Karel van Mander schreef het al, in zijn beroemde Schilderboek uit 1604: Rome is de ‘hoofdstad van de scholen der schilderkunst’. Wie een beetje mee wil tellen als Nederlandse kunstenaar, moet naar Rome. Maar het is niet alles goud wat daar blinkt, en vaak blijkt de meeste inspiratie juist te schuilen in de schaduwzijden van het Romeinse leven.

 

Gerard van de nachten

Dat het leven in Rome niet altijd over rozen gaat, kon Gerard van Honthorst als geen ander beamen. Vanuit Utrecht reisde hij begin 17de eeuw naar Rome en kwam daar oog in oog te staan met de meeslepende kunstwerken van de Italiaanse meester Caravaggio. Van Honthorst raakte zo onder de indruk van diens scherpe contrasten tussen licht en donker dat hij dezelfde chiaroscuro technieken ging toepassen in zijn eigen werk. En hij was er goed in: Gherardo delle Notti, zo noemden de Romeinen hem al gauw, ‘Gerard van de Nachten’, want hij blonk uit in donkere voorstellingen met een enkele felle lichtbron van een kandelaar. In de kerken en musea van Rome zijn zijn schilderijen nog steeds te zien, intieme inkijkjes in het dagelijks leven.

 

Betrapt met zwaard in een hoerenhuis

Maar Van Honthorst zocht die intimiteit niet alleen op in zijn kunst. Hij was al enige tijd in Rome toen hij in het holst van de nacht werd opgepakt in het huis van een jongedame die zich tooide met de naam Vittoria. Hij werd in het cachot gestopt, en voor de rechter gaf hij toe dat hij Vittoria al ruim negen maanden kende en dat hun vriendschap bovendien carnalmente beklonken was. Maar dat was niet het bezwaar. Wél strafbaar, zo moest Van Honthorst toegeven, was dat hij een zwaard bij zich had die nacht. Het was in Rome namelijk ten strengste verboden om met een zwaard een hoerenhuis te betreden. Van Honthorst moest door het stof, en korte tijd later keerde hij definitief terug naar Utrecht. In Rome had hij naam gemaakt als ‘Utrechtse caravaggist’, maar Rome had hem ook geconfronteerd met de duistere kanten van het kunstenaarsbestaan.

 

Corporaal dispuut ‘de Bentvueghels’

Veel van zijn kunstbroeders gaven zich maar al te graag over aan het Romeinse spel van licht en donker. Dat blijkt wel uit de wederwaardigheden van de Bentvueghels, een club Nederlandse kunstenaars in Rome in de 17de eeuw die elkaar opzochten om zich te onderscheiden van hun Italiaanse vakgenoten en zich te laven aan de Romeinse wijn. De club bood noordelijke nieuwkomers in Rome een sociaal vangnet van gelijkgestemden, en bovenal vertier. Meer nog dan een schildersvereniging was het vooral een corporaal dispuut dat zich te buiten ging aan verkleedpartijen en drankgelagen tot het ochtendgloren. Dat gedrag deed menig Romeinse wenkbrauw fronsen, helemaal omdat de Nederlandse kunstenaars in Rome zich ook in hun werk vaak richtten op de zelfkant van de samenleving: tegen het decor van de Romeinse ruïnes schilderden ze volkse, Jan Steen-achtige taferelen van hoeren, bedelaars en feestgangers die lak hebben aan de verheven Romeinse ervaringswereld.

Neem het schilderij van de Utrechtenaar Cornelis van Poelenburch waarop een 17de-eeuws sujet zijn blaas ledigt tegen de resten van een antieke tempel. Een typisch Hollands tafereel in Rome. Zo daagden de Bentvueghels in hun gedrag en in hun kunst de eeuwigheid uit.

 

De Romeinen zelf gaven de voorkeur aan bravere types… zoals wie? Waar had de spannendste Nederlandse kunst voornamelijk oog voor? Wat was de rol van de Nederlandse M.C. Escher in de duistere dagen van het fascisme? Dat is te lezen in ons aprilnummer, nu in de winkel!

 


Afbeelding: Maurits Cornelis Escher rond 1971.

 


Arthur Weststeijn doceert Italiaanse geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij schreef o.a. Nederlanders in Rome (Prometheus, 2017). Escher-houtsneden uit zijn Italiaanse tijd zijn hier te zien. 

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: