Een protestant in de 9de eeuw?

Raaijmakers 1

 

31 oktober 1517 spijkerde Luther naar verluidt zijn 95 stellingen op de slotkerk in Wittenberg. Dit moment geldt nu als het begin van de Reformatie. Luther was echter niet de eerste tegendraadse figuur die het gebruik van afbeeldingen of relieken veroordeelde. Neem bijvoorbeeld Claudius, in 816 benoemd tot bisschop van Turijn. Hij veroorzaakte grote ophef in het Karolingische rijk omdat hij tegen allerlei heilige huisjes aanschopte: hij liet afbeeldingen weghalen en hij preekte tegen de pelgrimage naar Rome. Was hij een proto-protestant? Janneke Raaijmakers zoekt het antwoord in de manier waarop Claudius zichzelf presenteerde. 

 

Een bisschop en een ketter

Voor de rooms-katholieke geschiedschrijvers van na de Reformatie was Claudius van Turijn een ketter. De bisschop, in dienst van 816 tot zijn dood in ca 827, had niet alleen schilderingen uit de kerken in zijn diocees laten verwijderen, hij vond ook het bezoeken van de graven van de christelijke martelaren in Rome onzin en predikte tegen het vereren van het kruisbeeld. Protestantse historici herinnerden zich Claudius van Turijn daarentegen als een held die eenzaam weerstand bood tegen het bedwelmende bijgeloof van Rome dat zich volgens hen te veel om uiterlijke zaken bekommerde. Niet voor niets noemde de jezuïet Maimbourg Claudius ‘de baas en de eerste minister van de protestanten’. Maar hoe uniek was Claudius eigenlijk? Het beeld van de onverzettelijke eenling is voor een deel door hemzelf ingegeven.

 

Allegorische uitleg van de Bijbel

Voordat hij bisschop werd, werkte Claudius aan het hof van keizer Lodewijk de Vrome. Hij was, veronderstellen historici, Lodewijk opgevallen toen die nog koning was van Aquitanië en Claudius een Spaanse priester met een uitzonderlijke Bijbelse geleerdheid. Hij had gestudeerd bij de grote geleerde Leidrad in Lyons en zich daar gespecialiseerd in de allegorische uitleg van de Bijbel. De waarde van de Heilige Schrift lag niet zozeer besloten in de letterlijke tekst, het draaide om de wereld en waarheid die daarachter verscholen lag. Ook de Karolingische heersers waardeerden een goede bijbeluitleg. Als christelijke vorsten voelden zij zich verantwoordelijk voor het spiritueel welzijn van hun onderdanen. De Bijbel was het kompas waarop zij voeren en zij spiegelden zich graag aan de oudtestamentische koningen. Iemand die het talent had om de verborgen boodschappen van de Bijbel te duiden en de relevantie daarvan naar de eigen tijd te vertalen, was waardevol. 

Claudius verwierf er een positie door aan het hof, en toen Lodewijk zijn vader Karel de Grote als keizer van het Frankische rijk opvolgde, verhuisde Claudius mee naar Aken. In 816 werd hij benoemd tot bisschop van Turijn. 

 

Claudius raast tegen de gewoonten

Het bisschopsambt viel Claudius zwaar. Tijd voor studie had hij nauwelijks nu hij  verantwoordelijk was voor de verdediging van de Ligurische kust tegen Saraceense invallen - in de vroege Middeleeuwen was van een strikte scheiding tussen kerk en staat geen sprake en kon een bisschop belast zijn met bestuurlijke en militaire zaken. Een last die nog zwaarder op Claudius drukte, was de verantwoordelijkheid voor het zielenheil van de christenen in zijn diocees. Hun religieuze praktijken stemden tot zijn grote afschuw niet overeen met wat hij van een goed christen verwachtte. 

 

Wat deden de inwoners van Turijn precies wat Claudius zo woedend maakte? Lees het in ons oktober/novembernummer, nu in de winkel! 

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: