Ferdinand Bol & Govert Flinck: netwerken was de kunst

FerdinandFlinck

 

Rembrandt geldt als de grote meester van de schilderkunst in de Gouden Eeuw. Zijn faam overschaduwt echter ten onrechte die van zijn leerlingen Govert Flinck en Ferdinand Bol, stelt Erna Kok. Zij waren artistiek begaafd en hadden daarnaast iets essentieels dat Rembrandt ontbeerde.

 

Een prestigieuze opdracht

Govert Flincks carrière was op het hoogtepunt toen hij eind 1659 de grootste opdracht uit de geschiedenis van de stad Amsterdam kreeg. De burgemeesters Cornelis de Graeff en Joan Huydecoper vroegen hem twaalf doeken te schilderen voor het prestigieuze nieuwe stadhuis op de Dam, toen het grootste publieke gebouw in Europa. Het ging om vier beroemde helden en een serie van acht met als onderwerp de opstand van de Batavieren tegen de Romeinen. De burgemeesters wilden dit verhaal in het stadhuis presenteren als een voorloper van de Opstand van de Republiek tegen de Spanjaarden.

 

Kroon op Flincks carrière? 

Hoewel de magistraten voor de uitvoering van project volop keuze hadden aan in Amsterdam werkende historieschilders, ging de lucratieve opdracht naar één man: Flinck. Dit was niet toevallig, want hij genoot als vriend de steun en protectie van Huydecoper en De Graeff. Die dankte hij aan het zorgvuldige opbouwen en onderhouden van zijn netwerk. De opdracht garandeerde hem zes jaar lang een meer dan rijkelijk inkomen: voor twee schilderijen per jaar zou hij de topprijs van 1000 gulden per doek krijgen. Er zijn echter slechts enkele schetsen overgeleverd. Het had de kroon op Flincks carrière had moeten zijn, maar hij overleed onverwacht in 1660, op 45-jarige leeftijd.

 

Welgesteld lid van Amsterdamse regentenklasse

Bijna tien jaar later markeerde Ferdinand Bol met zijn ‘Zelfportret met cupido’ een gewichtig hoogtepunt in zíjn levensloop. Met zijn elegante kleding, gedistingeerde houding en trotse blik presenteerde Bol zich als gentleman met een eervolle maatschappelijke status. Geen spoor van het schildersberoep waar hij decennialang zo succesvol in was. Het doek is in 1669 vervaardigd, hetzelfde jaar waarin Bol zijn tweede huwelijk sloot, met de rijke weduwe Anna van Erckel. Hij was toen 53 jaar oud en financieel vrij om zijn geslaagde schilderscarrière achter zich te laten. Bols laatste zelfportret is dan ook een statement. Hij sloot er zijn kunstenaarschap mee af maar, belangrijker, hij presenteerde zich trots en zelfverzekerd in zijn nieuwe positie als welgesteld lid van de Amsterdamse regentenklasse. Na dit imposante vertoon van zijn behaalde succes kennen we geen gesigneerde werken van Bol meer.

 

Rentenieren

Met zijn vrouw ging Bol rentenieren in het monumentale grachtenpand met koetshuis aan de Keizersgracht waarin nu het Museum Van Loon is gevestigd. Hij werd van alle Amsterdamse schilders het hoogst aangeslagen in de vermogensbelasting. En zoals het hoorde voor een kapitaalkrachtig man in zijn positie, werd hij lid van de schutterij en regent van het Oudezijds Huiszittenhuis, een liefdadigheidsinstelling. Niet slecht voor de zoon van een chirurgijn uit Dordrecht die via zijn schildersloopbaan opklom tot vermogend regent.

 

Het succes van Bol en Flinck had alles te maken met hun netwerk. Ze verstonden de kunst van het netwerken. Hoe dan precies? Dat lees je in onze nummer 6, nu nog in de winkel!


*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: