Napoleons woestijnruiters

Gabriels 1

 

Napoleon was een meester in propaganda. Hij begreep hoe hij bij vriend en vijand indruk kon maken door aan zijn garde een eenheid ruiters toe te voegen die met hun woeste uiterlijk vrees en ontzag inboezemden. Jos Gabriëls vertelt hoe Napoleon aan die exotische krijgers kwam.

 

Van slaaf-soldaat tot vrij man 
In juli 1798 landde een expeditieleger onder generaal Napoleon Bonaparte bij Alexandrië. Met deze verrassingsaanval op Egypte wilde Frankrijk de strijd tegen erfvijand Engeland naar het Midden-Oosten verplaatsten. Het doel was de Britse belangen daar schade toe te brengen. In de Nijldelta heersten toen al sinds 1250 de mammelukken. Zij vormden een militaire kaste onder leiding van 24 krijgsheren, die de macht in het land onderling hadden verdeeld en de bevolking op brute wijze uitbuitten. De mammelukken waren namelijk geen Egyptenaren, maar vreemdelingen. Zij waren allen, van hoog tot laag, in hun jeugd als slaven vanuit christelijke gebieden in de Kaukasus en het Zwarte-Zeegebied of de Balkan naar Egypte gebracht om hier, na bekering tot de islam, intensief te worden getraind in het vechten te paard. Na voltooiing van hun opleiding werden deze slaaf-soldaten als vrij man opgenomen in een van de privélegertjes van de krijgsheren. De bekwaamsten onder hen werden uitgekozen om de krijgsheren op te volgen. Zo werd de vitaliteit van de mammelukkenheerschappij gewaarborgd.

 

Formidabele woestijnruiters
De mammelukken waren formidabele woestijnruiters. Toch het lukte Napoleon hen in de slag bij de Piramiden te verslaan. Onverschrokken, maar ongeorganiseerd reden de mammelukken zich binnen twee uur in verscheidene charges te pletter op de hechte formaties van de Franse infanteristen. Vervolgens trok Napoleon zegevierend Caïro binnen. Het Franse bewind over Egypte was echter tot mislukken gedoemd. De vernietiging van de landingsvloot door een Brits eskader onder admiraal Nelson verbrak de verbinding met het vaderland. Napoleon zat hierdoor in zijn eigen verovering gevangen. In het besef dat aan de Egyptische expeditie weinig eer viel te behalen, keerde hij eind augustus 1799 met zijn getrouwen heimelijk terug naar Frankrijk. Tweeënhalve maand later greep hij er met een militaire staatsgreep de macht.

 

Gevluchte collaborateurs 

Ondertussen stonden de generaals aan wie Napoleon het leger in Egypte had overgedragen, voor een onmogelijke opgave. Terwijl versterking uitbleef, moesten zij het hoofd bieden aan  binnenlandse oproeren én een Britse en Turkse invasiedreiging. In hun pogingen de Franse gelederen aan te vullen lijfden zij niet alleen inheemse soldaten in, maar vormden ze tevens afzonderlijke lokale korpsen. De Franse bevelhebbers rekruteerden deze eenheden uit de bevolkingsgroepen die zij als hun natuurlijke bondgenoten beschouwden. Dit waren in de eerste plaats christenen - kopten, Grieks-orthodoxen en Syrische katholieken - die in het islamitische Egypte in velerlei opzicht werden achtergesteld. Maar ook voormalige mammelukken uit de legertjes van de verslagen krijgsheren traden in Franse dienst.

 

Deze aanpak mocht niet baten: in de zomer van 1801 moest het Franse leger in Egypte capituleren voor een Brits-Turkse invasiemacht. Hierbij werd bepaald dat de Fransen op Britse schepen zouden worden gerepatrieerd. Beducht voor de gevolgen van hun collaboratie besloten vele inheemse militairen die in het Franse leger hadden gediend hen te volgen. Samen met hun gezinnen en verwanten gingen zij vanaf september 1801 in Marseille aan land. Hoeveel het er waren is onzeker, maar het ging om vele honderden personen. De vergelijking met de Ambonese ex-KNIL-militairen die in 1951 naar Nederland werden overgebracht, dringt zich op.

 

Bewust woest-oosters uitgedost
Al direct na aankomst vroegen de ‘réfugiés égyptiens’, zoals de autoriteiten hen aanduidden, of zij ook in Frankrijk als militairen mochten dienen. Napoleon, de grootmeester van de propaganda, zag hier meteen iets in. De toevoeging van oosters uitgedoste woestijnruiters aan zijn gardetroepen zou een blijvende herinnering vormen aan de Egyptische veldtocht. Hij wilde dat zij de toeschouwers zouden intimideren met hun woeste, ongetemde voorkomen en fascineren door hun exotische allure.

 

Zouden deze mammelukken intimideren? En hoe verging het ze verder onder Napoleons heerschappij? Lees het in het septembernummer van Geschiedenis Magazine, nu in de winkel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: