Zuid-Molukse bezetting van ambassade Wassenaar

wassenaar actie 1970

 

 

Wassenaar 1970- “Enkele minuten voor half zeven weerklonk de stem van één van de bijrijders op de voorbank: ‘We naderen ons doel, allen klaarmaken!’ Iedereen bracht zijn uitrusting in orde. De vuurwapens werden geladen en op scherp afgesteld”, schreef Siahaya, één van de Molukse bezetters van de Indonesische ambassade in zijn boek Mena-Muria. Wassenaar ’70: Zuid-Molukkers slaan terug.

 

Een gijzeling en een dode

Drieëndertig Zuid-Molukse jongeren waren met verschillende auto’s bijeengekomen op de hoek van de Rijksstraatweg en de Kerkeboslaan in Wassenaar op 31 augustus 1970, waar de woning van de Ambassadeur van Indonesië stond. Na aankomst renden ze over het gazon richting het huis en drongen er naar binnen. Maar het ging fout. De patrouillerende agent bij de ambassade werd doodgeschoten. De drieëndertig Molukse mannen, waarvan er slechts vier ouder waren dan dertig jaar, bezetten de residentie en gijzelden de aanwezige personen.

Een eigen staat

Toen de Molukkers begin jaren ’50 naar Nederland werden overgebracht, kwamen ze in een afgezonderde en geïsoleerde situatie terecht. De bedoeling was dat ze nog terug zouden keren naar de Molukken, dus mochten de Molukkers niet werken en deelnemen aan de maatschappij. Echter bleek al snel dat van een terugkeer geen sprake meer zou zijn. Werkeloos en verveeld bleven ze het idee van een eigen staat, de Republik Maluku Selatan (RMS), levend houden. In augustus van het jaar 1970 maakte de Nederlandse regering de komst van de Indonesische president Soeharto naar Nederland bekend. Dat werd ervaren als een klap in het gezicht van de Molukkers, omdat: “De Nederlandse regering de dictator uitnodigde die nog geen vier jaar geleden de opdracht had gegeven om onze leider Chris Soumokil te fusilleren”, zei een van de kapers er later over. Praten hielp in de ogen van de jonge Molukkers niet meer, waardoor ze besloten tot actie over te gaan en de ambassade in Wassenaar te bezetten.

Einde bezetting

Nadat de bezetting twaalf uur had geduurd en er gesprekken waren geweest tussen de Molukse leider Manusama en de gijzelaars, kwamen ze tot de conclusie dat hun doelen waren gehaald. Onder andere: wereldpubliciteit voor de strijd en een uitstel van het staatsbezoek van Soeharto. De gijzelaars gaven zich laat in de middag over, nog geen twaalf uur na de start.

Wereldwijde publiciteit

Siahaya vertelt: ‘bij de poort gooiden we onze wapens op een hoopje, Uzi’s, stens, geweren, pistolen, klewangs, messen en handgranaten.’ Pas bij de poort realiseerden de Zuid-Molukkers zich wat ze hadden losgemaakt met hun actie, door de gekte die ze daar aantroffen. “Een paar honderd verslaggevers, radio- en televisiemensen uit vele landen van de wereld stonden zich daar te verdringen om ieder nieuwtje over ons terstond door te geven”, zegt Siahaya.

Afbeelding: De Molukse bezetters geven zich over, ANP, 1970

Dit is een bewerking van een artikel dat eerder op IsGeschiedenis verscheen

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: