De bewakers van Westerbork | Frank van Riet

westerbork 1A

 

Op zondag 10 september, om 13:00, vertelt historicus Frank van Riet in Nationaal Monument Kamp Vught over zijn onderzoek naar de bewaking van kamp Westerbork. Eerder, in ons meinummer, deed hij daar al een boekje over open. Lees het hele artikel nu hier online!

 

Westerbork bleef in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog wat het was: een opvangkamp voor Joodse vluchtelingen. Maar op 1 juli 1942 nam de bezetter Westerbork over en maakte het tot een Polizeiliches Durchgangslager. De deportatiemachine kwam snel op gang: in augustus waren al vijftien treinen met Joden naar Auschwitz vertrokken. Daarna moesten de transporten zonder hapering blijven doorgaan. Voor zulk werk schakelde de bezetter vaak sadistische bewakers in, uit hun eigen machtsapparaat. Hoe ging dat in Westerbork? Frank van Riet zocht het uit.

 

Vijf rijksveldwachters 

De Nederlandse overheid opende in 1939 Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork voor de vele Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. De eerste anderhalf jaar van de bezetting bleef Westerbork een vluchtelingenkamp en bleven ook de directie en de ordehandhaving in Nederlandse handen. Een detachement van vijf rijksveldwachters zorgde voor de orde; vanwege de reorganisatie van de Nederlandse politie werden ze in maart 1941 vervangen door manschappen van de Marechaussee.

 

Joodse Ordedienst

De toenmalige Nederlandse kampcommandant Jacques Schol wijzigde tevergeefs de kamporganisatie, in de hoop de Duitsers met een perfect draaiende gemeenschap buiten de deur te houden. Er kwamen dertien dienstgroepen met een dienstleider en een plaatsvervangend dienstleider. Alle onderdelen van de kamporganisatie - er was een school, de bewoners konden winkelen, naar theater, het terrein en de barakken moesten worden schoongemaakt etcetera - waren erin ondergebracht. De bewoners werden sterk mate betrokken bij de dagelijkse gang van zaken.Binnen deze vorm van een hiërarchisch opgebouwd zelfbestuur paste ook een kamppolitie die de Marechaussee kon assisteren. Hiervoor werd vanuit de reeds bestaande kampbrandweer de Joodse Ordedienst (OD) geformeerd.

 

Westerbork als doorgangskamp 

De Duitse autoriteiten toonden begrijpelijkerwijs steeds meer belangstelling voor dit kamp; het werd als het ware op een presenteerblaadje aangeboden. Vermoedelijk besloten ze eind 1941 al om Westerbork in te richten als doorgangskamp voor alle Nederlandse en in Nederland verblijvende Joden. Begin 1942 lieten ze daarom een groot aantal nieuwe barakken bouwen. Toen ze het kamp in juli officieel overnamen, kregen een goed functionerend en volledig ingericht barakkendorp ter beschikking, dat zonder haperen functioneerde en dat bovendien betaald was met Joods geld, want de Nederlandse overheid had de bouwkosten destijds op de Joodse gemeenschap verhaald.

 

Geweld was niet nodig

Schol bleef na de overname tot half februari 1943 voor een groot deel belast met de dagelijkse leiding, maar naast hem kwam een Duitse commandant, Erich Deppner. Vanaf 1 september nam SS-Obersturmführer Josef Hugo Dischner het commando over. Oorlogshistoricus Jacques Presser beschrijft hem in Ondergang als een ‘type van een ruwe SS-man, zonder hersens en haast altijd onder de invloed van alcoholische drank’. Dischner bleek niet te handhaven. Hij trad bruut op en liet het 25ste transport op 5 oktober 1942 bijna uit de hand lopen. Er moesten van Berlijn tweeduizend Joden mee, maar dit aantal werd niet gehaald. Dischner beval om twee- tot driehonderd net aangekomen vrouwen en kinderen meteen mee te sturen. Ze stonden op een zijweg te wachten, ze waren dezelfde ochtend in Westerbork gearriveerd om te worden herenigd met hun mannen en vaders, die al eerder vanuit werkkampen elders in Nederland naar Westerbork waren overgebracht. De snelle registratie wekte geen argwaan, maar er ontstond paniek toen bleek dat ze niet verder het kamp in mochten.

 

Veel geschreeuw en geduw

Omdat zulk optreden nadelig kon zijn voor de rust rond volgende transporten grepen de Duitse autoriteiten in. Op 12 oktober 1942 werd de in Düsseldorf geboren SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker kampcommandant. Gemmeker pakte het heel anders aan dan zijn voorganger. Als hij een onregelmatigheid constateerde, schroomde hij niet om via bevelen of strafmaatregelen de discipline weer aan te scherpen, maar fysiek geweld kwam onder zijn bewind nauwelijks voor, al schreeuwden en duwden de toezichthouders wel.

 

Verdeel-en-heersstrategie

Geweld was ook niet nodig, want de constante dreiging om met het eerstvolgende transport meegestuurd te worden, bevorderde de discipline in Westerbork. Volgens een doortrapte verdeel-en-heersstrategie was de kampstaf, samengesteld uit leiders van de gevangenen zelf, verantwoordelijk voor de selectie voor de wekelijkse transportlijst. Als het aantal mensen dat Gemmeker namens Berlijn doorgaf, maar werd gehaald.

Die leiders konden echter ook vrijstelling geven, dat wil zeggen permissie om (voorlopig) te blijven. Een functie binnen een van de dienstgroepen zoals de OD leverde zo’n felbegeerde vrijstelling op. Alle kampingezetenen waren dus voortdurend bezig met hun eigen veiligheid en met het verkrijgen van vrijstelling. Ze bedachten zich wel driemaal voor ze moeilijkheden maakten.

 

 

Prikkeldraad en treinen

De psychologische druk van het koste wat het kost willen ontkomen aan het gevreesde transport en het hiërarchisch opgebouwd zelfbestuur maakten dat de bewaking van het kamp niet draconisch hoefde te zijn. Met een minimum aantal beveiligingsmaatregelen zoals een gracht, een prikkeldraadomheining en zeven wachttorens werd het vluchtelingenkamp in de zomer van 1942 getransformeerd in een doorgangskamp. Om er een volwaardige ‘gevangenis’ van te maken, moest de bezetter de bewaking wel aanzienlijk opschroeven. Een eenheid van het SS-Wachbataillon Nordwest ging de buitenbewaking verzorgen en de reeds in het kamp aanwezige marechaussees kregen de opdracht de binnenbewaking op zich te nemen. Leden van de OD moesten hen assisteren.

 

Geen pottenkijkers

Westerbork lag geïsoleerd in Midden-Drenthe. Dit had het ‘voordeel’ dat de bezetter de deportatiemachine in alle rust op gang kon brengen, zonder pottenkijkers, maar de keerzijde was de gebrekkige infrastructuur rond het kamp. Door het ontbreken van goede verbindingen moesten marechaussees samen met OD’ers de binnenkomende en vertrekkende transporten te voet begeleiden van en naar het station in Hooghalen, zo’n tien kilometer verderop. Vooral voor de grote transporten was veel Marechausseepersoneel nodig. Het personeelsgebrek werd voor een deel opgelost door de duur van de detachering te verlengen van één naar twee maanden. De voettochten behoorden vanaf begin november 1942 overigens tot het verleden: de spoorlijn was doorgetrokken van Hooghalen naar Westerbork en de treinen van en naar Auschwitz konden voortaan het kamp in- en uitrijden.

Het systeem functioneerde kennelijk zo goed, inclusief de ordebewaking, dat het Wachbataillon na een half jaar kon vertrekken. Nu werd vooral de OD verantwoordelijk voor de orde binnen de prikkeldraadomheining, en de Marechaussee nam de buitenbewaking voor haar rekening. Daarnaast waren er nog zo’n tien SS’ers, van wie het merendeel aan het Oostfront ernstige verwondingen had opgelopen. Zij werkten aanvankelijk in de telefooncentrale, de administratie of als monteur en chauffeur. Later namen zij enkele vrijgekomen bewakingstaken over, zoals toezicht in de kampgevangenis.

 

Amsterdamse politie

Medio 1944 bleek dat marechaussees contacten met kampingezetenen aanknoopten, etenswaar voor hen het kamp in smokkelden en fungeerden als brievenkoerier. De Duiters vervingen hen daarom op 1 juni 1944 door een compagnie van het Politiebataljon Amsterdam. Willy Lindwer noemt deze Amsterdammers in zijn boekKamp van hoop en wanhoop bijna allemaal zeer gevreesde politiemannen met een SS-mentaliteit. Als dat waar is, waarom werd dan hun onderkomen omsingeld op 19 september 1944 door met machinegeweren en handgranaten bewapende manschappen van de Sicherheitsdienst en Ordnungspolizei uit Assen? De Amsterdamers hadden inderdaad in Schalkhaar een op Duitse leest geschoeide semimilitaire opleiding gevolgd, zoals alle Nederlandse politiemensen na mei 1941, maar de Duitsers hadden toch geen vertrouwen meer in hen. Sterker, Gemmeker gaf de Amsterdammers de keuze: overstappen naar de Ordnungspolizei, of ontslag en tewerkstelling in Duitsland. Nadat de bedenktijd verstreken was, kregen zij die besloten hadden in dienst te treden van de Duitse politie het bevel om uit de linie te treden. Veertien politiemannen stapten naar voren. De overige 55 moesten naar gereedstaande geblindeerde autobussen van de Wehrmacht en reden onder begeleiding van de Duitse politie naar het kamp van de Organisation Todt in Delfzijl. Het verzet in Winschoten hielp ongeveer de helft van hen te ontsnappen, de rest werd omstreeks april 1945 vrijgelaten.

In Westerbork namen nu de kamp-SS’ers belangrijke bewakingsobjecten zoals de strafbarakken over, en er werd een compagnie grenswachters gestationeerd. De bewaking was eenvoudiger omdat na half september 1944 mede door de spoorwegstaking geen transporten meer uit Westerbork vertrokken.

 

Eigen hachje redden 

Op donderdagmiddag 12 april 1945 bevrijdden de Canadezen kamp Westerbork. Er zaten nog zo’n negenhonderd inwoners, onder wie 32 OD’ers. Of ze een antwoord gevonden hebben op de vraag waarom zij mochten blijven, terwijl 160 OD-collega’s ondanks hun vrijstelling wel op transport moesten, valt te betwijfelen. Uiteindelijk bleek dat nagenoeg het volledige vrijstellingensysteem bedoeld was om de Joden te misleiden en de rust in het kamp te behouden, want bijna alle vrijstellingen verloren op den duur hun geldigheid.

Uit interviews en publicaties blijkt dat het oordeel over de OD niet positief is.Termen als ‘Joodse SS’ en ‘de meest gehate dienstgroep’ getuigen daarvan. Dit kwam ook doordat de bezetter de dienst enkele malen buiten het kamp inzette, zoals bij het leeghalen van het psychiatrisch ziekenhuis Het Apeldoornsche Bosch en hulp bij razzia’s in Amsterdam. Men moet echter niet vergeten dat ook de OD’ers kampingezetenen waren, die hun eigen hachje moesten zien te redden. Vrijstelling was alles, en als die alleen verkregen kon worden door OD’er te worden en vuile handen te maken, zette menigeen zijn principes opzij.

 

Gitzwarte bladzijde

 

Wat de Marechaussee in en om Westerbork heeft gedaan, werd een gitzwarte bladzijde in haar geschiedenis. Het liet diepe en nagenoeg onuitwisbare sporen achter. De Koninklijke Marechaussee mocht in tegenstelling tot de andere krijgsmachtonderdelen tot 2016 niet op gelijkwaardige wijze deelnemen aan de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam, uit angst dat dit anders negatieve gevoelens onder Joodse nabestaanden en overlevenden zou oproepen.

In de zuivering na de oorlog is alleen de detachementscommandantAlbert de Jonggestraft met acht jaar gevangenisstraf omdat hij een uit Westerbork ontvluchte Joodse man had gearresteerd, die later in Auschwitz om het leven kwam. De marechaussees, OD’ers en de leden van de politiecompagnie gingen vrijuit voor hun medewerking bij de bewaking van kamp Westerbork. Zij hadden weliswaar foute handelingen verricht, maar waren niet fout geweest.

Uit historisch onderzoek blijkt dat velen tot ver na de bevrijding worstelden met hun oorlogsverleden. Dit is niet vreemd. Ze hebben immers zonder al te veel inmenging van de bezetter deel uitgemaakt van een geraffineerd systeem, waardoor de deportatiemachine geruisloos op volle toeren kon blijven draaien. De SS’ers hoefden alleen maar toe te kijken. Bijna 107.000 Joden en enkele honderden Sinti en Roma zijn via doorgangskamp Westerbork in volgepakte goederentreinen naar vernietigingskampen in het oosten gedeporteerd. Slechts 5000 mensen keerden terug.

 

 

Frank van Riet is historicus. Hij promoveerde in 2008 in Amsterdam op de rol van het Rotterdamse politiekorps tijdens de bezetting en publiceerde onder meer Kommer en kwel in Rotterdam. Moord, doodslag en andere misdrijven 1904-1940 (Ad. Donker 2016). Van hem verscheen eind vorig jaar bij Boom De bewakers van Westerbork.

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: