Honderd jaar vrijheid van onderwijs

02 klassenfoto Corrie Kuijper1

 

Dit jaar vieren we 100 jaar (grondwettelijke) vrijheid van onderwijs. In 1917 kwam er officieel een einde aan de Schoolstrijd en werden ook 'bijzondere' (vaak religieuze) scholen gesubsidieerd. Ter ere van dit jubileum verschijnt in september het boek Schoolvoorbeelden - 100 jaar onderwijsdiversiteit in 10 portretten. Wij publiceren vast één portret, van Corrie Kuijper-Tuit. Zij ging van 1923 tot 1930 naar de 1e Thaborschool, een protestants-christelijke lagere school in Scheveningen.

 

't Over-Jordaanse
‘Plan Afvoerkanaal West’ heette de nieuwe Scheveningse wijk op de tekentafel. Aan de overkant van het Verversingskanaal verrezen tussen 1915 en 1917 bijna achthonderd woningwetwoningen. Later volgden duurdere huizen, winkels, twee kerken, enkele lagere scholen en een brug over het kanaal. In de volksmond ging de wijk al snel Duindorp heten, inmiddels ook de officiële naam. Onder de overwegend protestantse vissersbevolking circuleerde destijds nog een andere, meer Bijbelse naam: ‘t Over-Jordaanse. Om er te komen moest men immers via een zanderige weg het water over. Bovendien had een hervormd predikant de totstandkoming van de nieuwe wijk omschreven met een variatie op een Bijbeltekst: ‘Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden vanwege de veelheid der inwoners.’

 

IJzersterk
Corrie Tuit, dochter uit een vissersgezin van veertien kinderen, bleef aan de oude kant van het kanaal wonen. Maar ze moest wel het water over om bij haar lagere school te komen, de in 1921 geopende Thaborschool aan de Tesselsestraat. De school ressorteerde onder het bestuur van wijkvereniging ‘De Heer zal Voorzien’ in Wijk D der Nederlandsch Hervormde Gemeente van Scheveningen. Omdat de school al snel uit zijn voegen barstte, opende in 1928 de 2e Thaborschool. ‘Daar heeft mijn man op gezeten.’ De 1e Thaborschool was een robuuste bakstenen blokkendoos met twee verdiepingen. Wat streng ogend naar hedendaagse begrippen, maar mevrouw Kuijper heeft er louter goede herinneringen aan: ‘Ik zal je vertellen, die scholen van toen waren steviger dan nu. De Thaborschool is afgebroken omdat er huizen moesten komen, maar anders had hij er nog gestaan. Alles was van steen, ook de trappen. IJzersterk.’

 

Keurig in het gelid
Elke ochtend, tussen de middag en ’s middags liep Corrie Tuit met haar twee jongere broertjes van en naar school. Ze leverde eerst haar broertjes af bij de kleuterschool aan de Westduinweg, ging dan de brug over, een stukje langs de Bosjes van Poot totdat ze bij haar eigen school kwam. ‘Mijn moeder had echt geen tijd om ons naar school te brengen. Ik moest zelf straten oversteken. Natuurlijk was het nog lang niet zo druk als nu, maar het was toch altijd gevaarlijk.’ Al met al een wandeling van zo’n tien minuten, als haar broertjes tenminste een beetje mee wilden lopen en niet treuzelden. Soms moest ze hollen om op tijd op het schoolplein te zijn. ‘Hollen, hollen, hollen, dat zie ik nog zo voor me. Ja, dan kreeg je wel eens een standje van de bovenmeester: je moet op tijd zijn. Ook al was je niet helemaal te laat, je stond dan toch nog niet in de rij.’ Per klas stonden de kinderen keurig in het gelid totdat bovenmeester Sjerp Jongsma de bel luidde en ze rustig naar binnen wandelden.

 


De schooldag begon met meester of juf die een stuk uit de Bijbel voorlas. ‘En we moesten elke week een psalmvers of gezang leren. Dat moest je dan hardop opzeggen. Ik ken er nog steeds veel uit mijn hoofd.’ Van vaderlandse geschiedenis en Bijbelse geschiedenis is minder blijven hangen. ‘Die vakken vond ik heel moeilijk. Als de meester daar vragen over stelde, wist ik nooit het antwoord. Jaartallen en geschiedenis interesseerden me niet.’ Aardrijkskunde was haar lievelingsvak. Ze kan zo nog alle hoofdsteden van het Europa van toen oplepelen. Nederlands-Indië? ‘O ja, Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor, Halmahera, Ternate. Dat moesten we allemaal kunnen opdreunen.’

Geranium
‘We zaten met z’n tweeën in een houten bank, met zo’n inktpotje erin en een kroontjespen. Die pen, als daar maar een vuiltje aan zat, dan ging het niet goed hè, dan schreef hij niet netjes. Daar kon je niets aan doen. Dat is nu met die balpennen een stuk makkelijker.’
In de klas en in de gang hingen grote schoolplaten aan de muur, over de Bijbel, maar ook over vaderlandse geschiedenis, de natuur of techniek. Voor de hoge ramen stonden planten in de vensterbank. ‘Ik vond ze prachtig. Planten had mijn moeder niet. Het was bijzonder als het vakantie was en je een geranium mee naar huis mocht nemen. Daar moest je natuurlijk wel goed voor zorgen.’

 

Over verschillen tussen jongens & meisjes

Op de vraag of er ook jongens in de klas zaten, reageert Corrie Kuijper verbaasd, haast verontwaardigd: ‘Natuurlijk! Maar wel gesorteerd: de jongens aan de ene kant, de meisjes aan de andere kant van de klas.’ Gymnastiek deden de meisjes en jongens samen. ‘Er was een houten gymzaal bij de school, met ringen en bruggen. Of ik ook een apart gympakje had, weet ik niet meer.’  Handwerkles was alleen voor de meisjes. ‘Dat was niets voor jongens. Er kwam een speciale juffrouw voor in de klas, een dikke vrouw met flinke borsten, weet ik nog. Ze had patroontjes bij zich en die moesten we dan nabreien of -haken.’  Twee keer per jaar kreeg Corrie een rapport en elke keer werd bepaald of ze wel of niet overging. ‘Ik ben altijd netjes overgegaan.’ Ouderavonden of tienminutengesprekken bestonden nog niet. Als een leerling het heel slecht deed, kwam de meester op huisbezoek. ‘Volgens mij zijn mijn ouders nooit op school geweest.’

 

Ontzag
Keurig netjes moest je zitten in de bank, herinnert Corrie Tuit zich. Niet kletsen en als je iets wilde vragen, moest je de vinger opsteken. ‘Het was allemaal wel streng, hoor. Strenger dan nu. Daarom durven kinderen nu ook alles maar te doen natuurlijk. Vroeger had je als kind ontzag voor alles. Je was overal bang voor. Je durfde niet zoveel te vragen, want dan zou je snel brutaal zijn. Je durfde nooit wat te zeggen, bang dat je wat verkeerd zei.’ Straf heeft ze zelf nooit gehad. Schalks lachend: ‘Dat was meer iets voor jongens, hè. Die moesten dan in de hoek staan.’ Ze moest wel een keertje nablijven. Waarom weet ze eigenlijk niet eens meer. ‘Ik moest, geloof ik, iets overdoen. Dat was lastig, want ik moest mijn broertjes ophalen van het kleuterschooltje. Toen ik eindelijk naar huis mocht, stond ik op het schoolplein te huilen. De meester, die op de fiets naar huis ging, zag dat en vroeg wat er was. Toen ik het uitlegde van mijn broertjes, vond hij het toch wel vervelend, dat ik zo laat was. Veel dingen weet ik niet meer, maar dat heb ik altijd onthouden. Hij was mijn lievelingsmeester.’ Ook ziet ze nog zo het gezicht van die ene leuke juffrouw voor zich. ‘Ze gaf me, toen het een keer heel koud was ’s winters, een paar wantjes. Die had ik niet, want die kon mijn moeder niet betalen.’

 


Corrie ging graag naar school. ‘Je leerde er wat. Ik leerde graag en ik was ook goed, best wel.’ Op haar dertiende ging ze van school. ’s Avonds ging ze nog twee jaar naar de huishoudschool, maar meer zat er financieel niet in. ‘Mijn kinderen en kleinkinderen zijn allemaal knap. Zelf heb ik geen papieren. Ik had het misschien wel gekund, maar ik moest geld verdienen.’

 

Nieuwsgierig naar de andere portretten? 
Speciale actie: bestel nu en ontvang Schoolvoorbeelden voor €17,50 in plaats van €22,50! Bestel uw exemplaar via tenbrinkuitgevers.nl/schoolvoorbeelden en gebruik actiecode SV0917

 

 

 

06 geschiedenisplaat RK1      07 geschiedenisplaatneutraalchristelijk1
         Rooms-katholieke plaat                                                 Protsestantse plaat 

 

Verzuilde geschiedenis: zoek de verschillen
Vanaf 1880 was in Nederland geschiedenis een verplicht vak op de lagere school. Kinderen leerden de vaderlandse geschiedenis, zij het dat katholieke en protestantse scholen daar hun eigen draai aan gaven. Vooral rondom de Tachtigjarige Opstand is het perspectief verschillend: voor de een zijn Luther en Calvijn helden, voor de ander ‘valse profeten’. Die verschillen worden mooi geïllustreerd door twee schoolplaten. De protestantse plaat, ontworpen door L.A. de Gans en T.M. Gilhuis (oud-voorzitter van School & Evangelie) en getekend door Henk Poeder, telt zestig episodes, de katholieke pendant zeventig. Er zijn 53 gemeenschappelijke jaartallen, maar de invulling verschilt soms. Zo tonen de protestanten bij 1572 de roemruchte watergeuzen, terwijl de katholieken hier de monnikmartelaren van Gorcum tonen. Bij de protestanten is er aandacht voor de Dordtse Synode plus Statenvertaling in 1618-1619, bij de katholieken onder meer voor Thomas a Kempis in het klooster op de Agnietenberg (1399), het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, de staatsman en dichter Schaepman en, verrassend, de socialist Troelstra.

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: