'Koningsmoordenaars en ondankbare geldwolven!'

Rommelse 11

 

We hebben de laatste tijd vaak gezien hoe internationale beeldvorming wordt ingezet voor binnenslands gebruik. De speeches van de Turkse leider Erdogan tegen Duitsland en Nederland zijn een voorbeeld, net als de bewering van Brexiteers - nog vóór het referendum - dat de Europese Unie net als Hitler naar een superstaat streeft. In de 17de eeuw deden politici dit ook. Gijs Rommelse analyseert pamfletten uit de tijd van de Engels-Nederlandse Oorlogen.

 

Proxyoorlog met Spanje 

Pamfletten die Engelsen en Nederlanders over elkaar maakten in de 17de eeuw, dropen van het wantrouwen. Dit ging terug op het besluit van koningin Elizabeth I in 1585 om een ‘proxyoorlog’ met Spanje te voeren. Ze deed dit door actief steun verlenen aan de vijanden van de koning van Spanje, de Noord-Nederlandse rebellen, die in 1568 tegen hem in opstand waren gekomen. Zo’n 7500 Engelse militairen stonden onder aanvoering van de graaf van Leicester het staatse leger bij. Bovendien ontvingen de opstandige gewesten een forse jaarlijkse subsidie om hun strijd tegen gezamenlijke vijand Filips II van Habsburg te financieren. Als onderpand voor toekomstige terugbetaling van de gemaakte kosten ontving Engeland het recht twee leden naar de Raad van State af te vaardigen, plus de controle over Brielle, Vlissingen en Fort Rammekens.

 

 

Puur altruïsme 

De steun aan de rebellen was bedoeld om de machtspositie van de Spaanse Habsburgers in te perken. In Engeland zelf werd deze weloverwogen geopolitieke stap echter verkocht als een daad van puur altruïsme ten behoeve van benadeelde medeprotestanten, om precies te zijn niet zozeer bondgenoten op gelijk niveau als wel smekelingen. Zo stelt een pamflet uit 1587: ‘After long and humble suite of the Estates generall of the United Provinces of the lowe Countries, it pleased the Queenes Majestie our Soveraigne to graunt unto them a large and bountiful aid of men & money.’

 

Conflict tussen twee staten
Na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) veranderden de internationale verhoudingen ingrijpend. Met de belastinginkomsten van de sterk groeiende economie slaagde de Republiek erin een sterk staand leger op te zetten. De oorlog tegen Spanje veranderde hierdoor van een opstand in een regulier conflict tussen twee staten. De Republiek stelde zich steeds onafhankelijker op en durfde de eisen en verlangens van de nieuwe Engelse vorst, Karel I, openlijk te negeren. Zo had men geen boodschap aan de Engelse wens de oorlog te verklaren aan de Oostenrijkse Habsburgers en vernietigde de vloot in 1639 in Engelse kustwateren een Spaanse Armada. Karel bleef zichzelf evenwel als patroon beschouwen en de Nederlanden als ondergeschikte cliënt.

 

Botsende zelfbeelden 
Nederlands zelfvertrouwen versus Engelse eigendunk - dit botste en dat zorgde voor toenemende politieke frictie. Toen de VOC, die de Engelse East India Company uit de lucratieve specerijenhandel wilde verdrijven, in 1623 op Ambon tien van verraad beschuldigde Engelsen liet martelen en onthoofden, werd de situatie er niet beter op. Onbegrijpelijk, hoe ondankbaar de Nederlanders waren voor de hulp die ze vroeger ontvangen hadden, benadrukten Engelse pamfletschrijvers.

 

Hoe mondde deze toenemende politieke frictie uit in een reeks oorlogen? En wat voor rol speelden de pamfletten in de beeldvorming van de 'vijand'? Lees het in ons juni-nummer! Nu nog in de winkel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: