De Tempelberg - Jeruzalem in de 7de eeuw

LEUPEN 1

 

De Tempelberg in Jeruzalem is voor Joden, christenen én moslims gewijde grond. De heuvel is nu een van de strijdtonelen tussen Palestijnen en Israël. Waren de verhoudingen meteen al gespannen toen Arabieren in 638 de stad innamen? Piet Leupen onderzocht het in middeleeuwse bronnen.

 

Verlaten berg 

De Tempelberg lag er rond de tijd dat de Arabieren Jeruzalem innamen, verlaten bij. De christelijke Byzantijnen die er tot de machtsovername in 638 de scepter zwaaiden, hadden wel overal in de stad kerken opgericht, maar deze plek was opzettelijk verwaarloosd. Dit plateau boven op en rond de afgevlakte top van de berg Moria was immers bij uitstek een plaats van verering geweest voor de Joden. Hier stond ooit de Joodse tempel, vermoedelijk gebouwd ca 900 v.Chr. De tempelbouwers hadden deze locatie met opzet gekozen: volgens de overlevering stelde God Abraham op de proef door hem te vragen om juist op deze plaats zijn zoon Isaac te offeren (Genesis 22).

 

Grote Verzoendag 
In het binnenste, in het Heilige der heiligen, bevond zich eeuwenlang de Ark van het Verbond, een kist met twee stenen tafelen met daarop de tien geboden die God aan Mozes zou hebben gegeven. Slechts eenmaal per jaar, op Grote Verzoendag, betrad de hogepriester deze gewijde ruimte om er te bidden. De Ark was na de verwoesting van de eerste tempel in 587 v. Chr. meegenomen naar Babylon en verdwenen. Er was een tweede tempel gebouwd. De Joodse koning Herodes nam het initiatief tot restauratie van deze tweede tempel, een groots project dat aan het begin van onze jaartelling was voltooid. De Romeinen verwoestten in 70 ook de Herodestempel en daarna lag het plateau min of meer braak.

 

Heilige plek Moria 
Kort na de inname van Jeruzalem kwam volgens een veel verteld verhaal de overwinnaar naar de Tempelberg, kalief Omar van de Omajjadendynastie. De grote Arabische geschiedschrijver al-Tabari (ca 839-923) vertelt hoe hij daar de tot de islam bekeerde Jood Ka’b al-Ahbar tegenkwam. Ze kenden elkaar uit Medina. Al-Ahbar stelde voor direct ten noorden van de rots een grote moskee te bouwen. De gelovigen zouden dan met hun gezicht naar het zuiden kunnen bidden, tegelijkertijd naar Moria én naar Mekka. Maar de kalief verwierp dit idee volgens al-Tabari omdat het Joodse geloof niet geïmiteerd moest worden. Het viel de kalief overigens op dat al-Ahbar zijn sandalen had uitgedaan. Hij sprak hem hierover aan, waarop al-Ahbar antwoordde: ‘Ik wil alleen maar de rots onder mijn voeten voelen.’ Ook voor deze voormalige Jood was Moria dus nog steeds een heilige plek.

 

De hemelpoort boven Moria
De Arabische veroveraars kenden de oudtestamentische verhalen over Abraham en Isaak - we weten niet hoe deze kennis bij de vroegste moslims kwam. Door christenen in het noorden van het Arabisch schiereiland, door eerdere contacten van handelaren? Ook hoorden zij van de wonderbaarlijke hemelvaart van Jezus van Nazaret vanaf de Olijfberg in Jeruzalem. Zoiets wilden zij ook. Ze zochten en vonden een eigen variant op beide overleveringen. Al vroeg, we weten niet precies wanneer, werd een hoofdstuk uit de Koran (soera 17,1) hiermee in verband gebracht. In die tekst staat dat God zijn dienaar - Mohammed - bij nacht een reis (de Isra) liet maken van de heilige moskee naar de verste moskee. De heilige moskee, dat was Mekka, en al in de 7de eeuw werd de verste moskee geïdentificeerd met Jeruzalem (al-Quds).

 

 

Hoe kwam het uiteindelijk zover dat de islam de poort tot de hemel precies boven de Tempelberg lokaliseerde? En wat is er door de tijd heen gebouwd en hoe is erom gestreden? Lees het in ons juni-nummer, nu verkrijgbaar in de betere boekhandel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: