Hulpverlening aan slachtoffers van de Frans-Duitse Oorlog

 

Liempt3A

 

Het Nederlandse Rode Kruis sukkelt eerst een beetje, vertelt Ad van Liempt. Maar dan breekt in 1870 de bloedige Frans-Duitse Oorlog uit. Nederlands medisch personeel verzorgt de gewonden: de eerste grootscheepse missie van het Nederlandse Rode Kruis.

 

Weinig urgentie

Anderhalve eeuw geleden, op 19 juli 1867, tekent koning Willem III het Koninklijk Besluit tot oprichting van een ‘vereniging tot het verlenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog’. Op 15 augustus van dat jaar is de eerste bestuursvergadering van wat later het Nederlandse Rode Kruis gaat heten. Erg veel gevoel voor urgentie lijkt er eerst niet te bestaan. Vier jaar eerder was het Internationale Comité opgericht en waren alle landen opgeroepen een eigen vereniging te beginnen, maar er was geen oorlog en ook geen concrete dreiging, dus waarom haast maken?

 

1352 gulden in kas
Opeens wordt alles anders: in Midden-Europa probeert ijzeren kanselier Otto von Bismarck Pruisen de leidende macht in Duitsland te maken, en liefst in heel Europa. Frankrijk voelt het gevaar en laat zich in de zomer van 1870 door Bismarck provoceren inzake een gecompliceerde maar niet wereldschokkende opvolgingskwestie in het Spaanse koningshuis. Frankrijk verklaart Duitsland de oorlog, en op 19 juli 1870 gaat de strijd om de hegemonie in Europa van start. Het is allesbehalve zeker dat Nederland afzijdig kan blijven en de regering bereidt zich dan ook voor op oorlog. Het leger richt een algemeen hoofdkwartier in, de generaals sturen troepen naar de grenzen. Eerder al krijgt de voorzitter van het Rode Kruis in Nederland uit Den Haag de vraag voorgelegd of de jonge vereniging op enige wijze hulp kan verlenen in geval van oorlog. Het hoofdcomité vreest een afgang: het heeft op dat moment slechts 1352 gulden in kas. Het plaatst een proclamatie in de Staatscourant, met het verzoek om geld te storten, voorwerpen in te sturen en vrijwillige diensten aan te bieden,dit alles ten bate van te verwachten gewonde militairen van beide partijen.

 

Ridderzaal in dienst van Rode Kruis
De oproep gaat ook naar de inmiddels 21 plaatselijke comités, die op 19de-eeuwse wijze de bevolking mobiliseren. In allerlei regionale kranten komen aanmoedigingen, vaak staan de adressen van lokale bestuursleden vermeld, waar mensen hun geld of spullen kunnen inleveren. Alle kranten maken ook melding van de vliegende start van de inzameling: koning Willem III, normaal vooral bekend om zijn extreme zuinigheid, heeft 9000 gulden ter beschikking gesteld. Het is het begin van een tot dan toe ongekend succesvolle actie. Het Rode Kruis haalt 340.000 gulden op. Volgens een formule van het Centraal Bureau voor de Statistiek zou dat nu zo’n 3,7 miljoen euro geweest zijn. Al op 23 juli wordt een gebouw ingericht als centraal magazijn voor ingezamelde goederen. Het Rode Kruis denkt groot, het krijgt de Ridderzaal ter beschikking. Een week later vertrekt de eerste ambulance naar de streek rond Saarbrücken en Trier - ambulance is dan nog niet de benaming van een ziekenauto, maar van een (ambulant) noodhospitaal. Er volgen er nog negen met in totaal ongeveer 260 personeelsleden, artsen, artsen-in-opleiding, verpleegsters en verplegers.

 

Hoe ging het verder met deze tien noodhospitalen en de vele medewerkers? Lees het in ons meinummer, te koop bij de betere boekhandel! 

 

Afbeelding: Gravure uit 1870 over de verpleging vna soldaten in de Frans-Duitse oorlog. Bron: Wellcome Londen

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: