De bewakers van Westerbork

westerbork 1A

 

In de eerste oorlogsjaren bleef Westerbork wat het voor mei 1940 ook al was geweest, een opvangkamp voor Joodse vluchtelingen. Maar op 1 juli 1942 nam de bezetter Westerbork over en maakte het tot een Durchgangslager. In augustus waren al vijftien treinen met Joden naar Auschwitz vertrokken. Hoe zorgden de Duitsers dat de transporten zonder hapering bleven doorgaan? Ze zetten in andere kampen vaak sadistische bewakers voor zoiets in. Hoe ging dat in Westerbork? Frank van Riet zocht het uit. 

 

Vijf rijksveldwachters voor de orde

De Nederlandse overheid opende in 1939 Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork voor de vele Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. De eerste anderhalf jaar van de bezetting bleef Westerbork een vluchtelingenkamp en bleven ook de directie en de ordehandhaving in Nederlandse handen. Een detachement van vijf rijksveldwachters zorgde voor de orde; vanwege de reorganisatie van de Nederlandse politie werden ze in maart 1941 vervangen door manschappen van de Marechaussee. De toenmalige Nederlandse kampcommandant Jacques Schol wijzigde tevergeefs de kamporganisatie, in de hoop de Duitsers met een perfect draaiende gemeenschap buiten de deur te houden. Er kwamen dertien dienstgroepen met een dienstleider en een plaatsvervangend dienstleider. Alle onderdelen van de kamporganisatie - er was een school, de bewoners konden winkelen, naar theater, het terrein en de barakken moesten worden schoongemaakt etcetera - waren erin ondergebracht. De bewoners werden in sterke mate betrokken bij de dagelijkse gang van zaken. Binnen deze vorm van een hiërarchisch opgebouwd zelfbestuur paste ook een kamppolitie die de Marechaussee kon assisteren. Hiervoor werd vanuit de reeds bestaande kampbrandweer de Joodse Ordedienst (OD) geformeerd.

 

Geweld was niet nodig
De Duitse autoriteiten toonden begrijpelijkerwijs steeds meer belangstelling voor dit kamp; het werd als het ware op een presenteerblaadje aangeboden. Vermoedelijk besloten ze eind 1941 al om Westerbork in te richten als doorgangskamp voor alle Nederlandse en in Nederland verblijvende Joden. Begin 1942 lieten ze daarom een groot aantal nieuwe barakken bouwen. Toen ze het kamp in juli officieel overnamen, kregen een goed functionerend en volledig ingericht barakkendorp ter beschikking, dat zonder haperen functioneerde en dat bovendien betaald was met Joods geld, want de Nederlandse overheid had de bouwkosten destijds op de Joodse gemeenschap verhaald.

 

'Type van een ruwe SS-man' 
Schol bleef na de overname tot half februari 1943 voor een groot deel belast met de dagelijkse leiding, maar naast hem kwam een Duitse commandant, Erich Deppner. Vanaf 1 september nam SS-Obersturmführer Josef Hugo Dischner het commando over. Oorlogshistoricus Jacques Presser beschrijft hem in Ondergang als een ‘type van een ruwe SS-man, zonder hersens en haast altijd onder de invloed van alcoholische drank’. Dischner bleek niet te handhaven. Hij trad bruut op en liet het 25ste transport op 5 oktober 1942 bijna uit de hand lopen. Er moesten van Berlijn tweeduizend Joden mee, maar dit aantal werd niet gehaald. Dischner beval om twee- tot driehonderd net aangekomen vrouwen en kinderen meteen mee te sturen. Ze stonden op een zijweg te wachten, ze waren dezelfde ochtend in Westerbork gearriveerd om te worden herenigd met hun mannen en vaders, die al eerder vanuit werkkampen elders in Nederland naar Westerbork waren overgebracht. De snelle registratie wekte geen argwaan, maar er ontstond paniek toen bleek dat ze niet verder het kamp in mochten. Omdat zulk optreden nadelig kon zijn voor de rust rond volgende transporten grepen de Duitse autoriteiten in. Op 12 oktober 1942 werd de in Düsseldorf geboren SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker kampcommandant. Gemmeker pakte het heel anders aan dan zijn voorganger. 

 

Hoe precies? Lees het in ons mei-nummer, nu te koop in de boekhandel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: