Het raadsel van Stonehenge

Clerinx1 RP-T-1892-A-2631 CROP

 

Stonehenge blijft fascineren, en ook het archeologisch onderzoek naar dit monument in Zuid-Engeland gaat nog altijd door. Een raadsel van de laatste jaren: dat Stonehenge in steen werd uitgevoerd terwijl de mensen zelf in huizen van hout en leem woonden. Herman Clerinx betoogt dat dit voor de prehistorische mens allesbehalve ongerijmd was.

 

Stenen van zo'n 20 ton 

Tijdens een colloquium in 2013 over mythen en megalithische monumenten, georganiseerd door het Belgisch Genootschap voor Keltische Studies, kon Mike Parker Pearson er niet over zwijgen. Deze hoogleraar van het University College London die bij Stonehenge en in de wijde omgeving opgegraven had, vertelde dat hij eindelijk een antwoord had op de vraag hoe kon het dat de bouwers van dit imposante stenen bouwwerk voor zichzelf genoegen namen met eenvoudige houten hutten. Als leider van het Stonehenge Riverside Project (2003-2008) had dat vraagstuk hem altijd gefascineerd. Aan Stonehenge hebben honderden, misschien wel duizenden mensen gewerkt. Het geheel bestaat uit tientallen stenen, die soms opnieuw werden afgebroken en in een andere samenstelling weer rechtop gezet. Het doet een beetje denken aan onze middeleeuwse kathedralen, waaraan men soms ook eeuwenlang bezig bleef en waarvoor het bouwmateriaal ook van heinde en ver werd aangesleept - een reeks zuilen van de dom in Aken kwam bijvoorbeeld helemaal uit Italië.
De zwaarste stenen van Stonehenge wegen zo’n 20 ton. Naar schatting kunnen 130 mannen een steen van één ton een kilometer ver transporteren, dus reken maar uit. Sommige bouwstenen kwamen uit Avebury, 30 kilometer ver, en een selecte reeks keien werd bijna 200 kilometer verderop gehaald, in Wales. Alleen al met het transport was men jaren zoet. Stonehenge bezat een bijzondere betekenis, anders had de prehistorische mens zich nooit zoveel moeite getroost om het te bouwen en verbouwen.

 

Logies voor bouwvakkers
Hoewel de bedoeling van Stonehenge nog niet helemaal is achterhaald, had het complex in elk geval met begraven en de dood te maken. Tussen de 150 en 240 mensen vonden er een laatste rustplaats. Tijdens het derde millennium v.Chr. was dit ongeveer het grootste crematiekerkhof van westelijk Europa, maar ook elders fungeerden megalithische bouwwerken als mausolea. Denk aan de grote dolmens in Ierland of Bretagne of aan de hunebedden in Drenthe. Op de meest diverse plekken zijn tussen 4500 en 2500 v.Chr. grootse gebouwen in steen voor de doden verrezen. Tegelijkertijd was de bevolking die zulke enorme bouwwerken oprichtte, voor zichzelf tevreden met huizen van hout, leem, stro en riet. Op honderden plekken in Brittannië en op het West-Europese vasteland hebben archeologen sporen van prehistorische woningen opgespit. Behalve in rotsachtige gebieden zoals de Schotse Orkney-Eilanden waren die niet van steen.

 

Waar woonden de werklui? 

Mike Parker Pearson kon door opgravingen achterhalen waar de bouwvakkers van Stonehenge precies hadden verbleven: in het nabijgelegen Durrington Walls, een cirkelvormig complex van 17 hectare groot, omringd door een aarden wal en een gracht. In 2015 suggereerde vervolgonderzoek met een bodemradar dat het geheel door een grote cirkel van stenen werd omringd, maar opgravingen in 2016 hebben dit weerlegd. Mogelijk lag rond Durrington Walls wel een duidelijk zichtbare krans van houten palen, maar dat moet nog verder worden uitgezocht. Binnen het geheel stonden houten woningen voor enkele duizenden mensen. Vermoedelijk deed men voor de bouw van Stonehenge een beroep op de beste vaklui uit een wijde omgeving. Tijdens het bouwseizoen, lente en zomer, logeerden die dan in Durrington Walls. Onmiskenbaar wisten de bouwers van Stonehenge hoe ze in steen moesten bouwen, maar voor zichzelf deden ze dat niet, noch binnen Durrington Walls noch in hun eigenlijke woonplaats.

 

Waarom maakten deze vaklui voor zichzelf geen stenen woningen, maar voor hun doden wel? Lees dit artikel verder in Geschiedenis Magazine, nu in de winkel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: