Hoe stierf de laatste Batakkoning?

Batak4

 

Wat is er precies gebeurd in Indonesië? Foto’s en verhalen van ooggetuigen vormen een belangrijke bron om de waarheid te achterhalen over de onafhankelijkheidsstrijd na 1945. Dit is ook zo bij een veel vroeger geval: de dood van een verzetsleider van de Bataks op Sumatra in 1907. Is hij in koelen bloede vermoord door de koloniale marechaussee? Het was lang een cold case. John Klein Nagelvoort ontdekte een ontbrekend puzzelstukje.

 

De achtergrond: Bataks in opstand
Pas toen de Bataks rond het Tobameer op Noord-Sumatra zich bedreigd voelden, sloten ze zich als volk aaneen. Dit gebeurde eind 19de eeuw: met het steeds verder opdringen van het Nederlandse koloniale gouvernement en de groeiende invloed van het christendom, dat vooral door Duitse zendelingen verspreid werd, kregen de Bataks een gemeenschappelijke vijand. In 1883 kwam het tot een opstand. Ruim 9000 Toba-Bataks verzetten zich met geweld tegen de indringers. Alles wat westers was ging in rook op. Ook kampongs die tot het christendom waren bekeerd, moesten het ontgelden. Dit lokte een vier maanden durende strafexpeditie uit en een klopjacht om de man te vinden die het Nederlandse gouvernement als rebellenleider beschouwde. Dit was Ompoe Pulo Batu, de in 1849 geboren koning van de Bataks. Hij gold voor zijn volk als heilige. Door de sfeer van mystiek die om hem heen hing en zijn hiërarchische positie in de lijn van de offerpriesters, kreeg hij in de westerse wereld de benaming priestervorst. Zijn eigen volk noemde hem de Leeuwenvorst, Si Singamangaraja. Hij wist te ontkomen, maar zijn residentie Bakara ten zuidwesten van het Tobameer werd door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger KNIL ‘getuchtigd’: geheel verwoest.

 

De reactie van de koloniale overheid
De Leeuwenvorst bleef ondanks nieuwe zoektochten jarenlang onvindbaar, al ging er onder andere in 1904 onder leiding van overste G.C.E. van Daalen een golf van geweld door de Gajo-, Alas- en Bataklanden om het verzet daar te smoren. Al die expedities veroorzaakten wel veel onrust onder de Bataks. Op 1 maart 1907 deed de plaatselijke Nederlandse bestuurder, de assistent-resident der Bataklanden, dan ook een oproep aan het gouvernement in Batavia om nu eens effectief in te grijpen: ‘De buitengewone toestand eischt daarom buitengewone maatregelen: tydelijke verwydering van alle ongewenste elementen en de beschikbaarstelling van eenige flinke marechaussee onder een beproefde aanvoerder b.v. de kapitein Christoffel, aan wien zooveel mogelyk de vrye hand moet worden gelaten (...).’ Christoffel, een doorgewinterde officier van de marechaussee die met Van Daalen in de Bataklanden was geweest, ging inderdaad op zoek naar de schuilplaats van Si Singamangaraja. Hij had vier marechausseebrigades bij zich - geen halve maatregelen. Het uiterste werd van de troepen gevraagd in de ruim tweeënhalve maand durende expeditie door hoge bergen en dichte oerwouden.

 

Vinden Christoffel en zijn vier marechausseebrigades de Leeuwenvorst? En wat is het ontbrekende puzzelstukje dat Klein Nagelvoort ontdekte? Lees het in ons februarinummer, te koop bij de betere boekhandel en kiosk!

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: