Het Pact van Dokkum

dokkum

 

Op 30 januari 1940, vlak voor de Duitsers Nederland bezetten, vond de zesde Elfstedentocht plaats. Het zou een bizarre tocht worden, de eerste van drie binnen één decennium. Door het Pact van Dokkum werd deze tocht een symbool van verbroedering. Vijf schaatsers spraken met elkaar af tegelijk te finishen, waardoor er in 1940 vijf gouden medailles werden uitgedeeld.

 

Wedstrijdschaatsers & toertochtschaatsers
3404 deelnemers verschenen in Leeuwarden bij de start. Een erg groot aantal, waardoor voor het eerst in de geschiedenis van de Elfstedentocht onderscheid werd gemaakt tussen wedstrijdschaatsers en toertochtschaatsers. Uiteindelijk vertrokken er 688 wedstrijdschaatsers en 2716 toertochtschaatsers.


Doolhof van ijsschotsen
De eerste kopgroep, bestaande uit Sikke Dijkstra, Cor Jongert en Jan van der Bij hield stand tot in Workum. Hier stuitte de groep plots op een doolhof van ijsschotsen. De Parregastervaart was veranderd in een veld van over elkaar geschoven plakkaten van ijs. Hier viel natuurlijk niet op te schaatsen. De kopgroep viel uit elkaar en achterliggende schaatsers kregen de kans om in te halen. Niet alleen het ijs, maar ook de kansen lagen hierdoor weer open.


Een sterk saamhorigheidsgevoel
Uiteindelijk ontstond er in Dokkum weer een nieuwe groep, bestaande uit Durk van der Duim, Auke Adema, Sjouke Westra, Piet Keijzer en Cor Jongert. Deze groep zou bekend komen te staan als het Pact van Dokkum. De heren hadden vrijwel de hele dag samen over het ijs gereden en er was een sterk saamhorigheidsgevoel tussen de mannen ontstaan. Ze spraken af niet te sprinten voor de overwinning.


Het Pact verbroken
Hoe bijzonder de kopgroep ook tijdens de tocht leek te verbroederen; het Pact van Dokkum hield geen stand. Met de finish in zicht kwam bij Auke Adema het strijdvuur terug, waarna hij een eindsprint inzette. Vlak voor de streep werd hij nog ingehaald door de jonge Piet Keijzer, het publiek keek vol spanning toe. Vanaf Dokkum was het Pact namelijk al doorgespeeld naar Leeuwarden, waardoor iedereen vol spanning bij de eindstreep stond. Het juichende publiek werd uiteindelijk van het ijs gestuurd, want hun enthousiasme liep zo uit de hand dat het ijs begon te scheuren. Hierna was Jongert als eerste bij de stempelpost, waardoor hij als het ware gelijk stond met Adema en Keijzer. Die middag werd de kopgroep voorgesteld aan prins Bernard, die adviseerde om dan maar het complete vijftal van een gouden medaille te voorzien. Zo eindigde de tocht met maar liefst vijf winnaars. Iets waar zowel rijders als toeschouwers later dubbele gevoelens bij hadden: een Elfstedentocht blijft tenslotte een wedstrijd. Tot op de dag van vandaag beweert Keijzer, als eerste finisher, de enige échte winnaar te zijn.

 

Bovenstaand artikel is een bewerking van een bericht dat eerder op IsGeschiedenis verscheen.

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: