Mussert in het moeras - moeizame start van de NSB

1  NG-2007-35-141Iets meer dan 85 jaar geleden richtte Anton Mussert de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op. Dat zij de grootste nazipartij van Nederland zou worden, kon in 1931 nog niemand voorspellen. Zoals Edwin Klijn en Robin te Slaa laten zien, kende de NSB een uiterst moeizame start. Andere fascistische partijtjes hadden meer succes. Pas nadat de NRC een interview met Mussert plaatste, begonnen de leden toe te stromen.

 

Edwin Klijn & Robin te Slaa

 

‘De geschiedenis van de N.S.B. is een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het Nederlandsche Volk; daarin breekt zich de nieuwe ontwikkeling baan, die het kan opvoeren tot een hoogte als tevoren nog nimmer werd bereikt.’ Met een zweem van weemoed en nostalgie blikt het jubileumboek Voor Volk en Vaderland (1941) terug op de beginjaren van de meest succesvolle nazipartij die Nederland ooit gekend heeft: de Nationaal-Socialistische Beweging.

 

Het verhaal van de NSB heeft, als we de partijkronieken mogen geloven, veel weg van een Hollywoodfilm. Vastberaden en doortastend slaagt de held van het verhaal - de bescheiden, vooruitziende hoofdingenieur Anton Adriaan Mussert - erin met vallen en opstaan zijn lang gekoesterde droom te realiseren. Wat binnen NSB-kringen later gold als de goede oude tijd van onbaatzuchtig idealisme, was in werkelijkheid een periode van instabiliteit en onzekerheid. De afloop was bovendien uiterst ongewis.

 

Fusie en ruzie
Toen de NSB op 14 december 1931 werd opgericht, had Nederland al talloze fascistische en nationaalsocialistische splinterpartijtjes gekend. De eerste, het in 1923 opgerichte Verbond van Actualisten (VvA), gaf meteen de toon aan. De drijvende krachten waren twee mannen van twijfelachtige allure. De gesjeesde student Sinclair de Rochemont leefde vooral ’s nachts. Hij was secretaris maar liet correspondentie gewoonlijk onbeantwoord. De mank lopende miljonair en onverbeterlijke intrigant Alfred Haighton had een voorliefde voor vrouwen met één been. Toen succes voor het Verbond uitbleef, begon dit tweetal enkele jaren later het fascistische blad De Bezem. Hierin glorieerde de veelzijdige kunstenaar en ‘principieel alcoholist’ Erich Wichman met zijn polemische bijdragen. Beter dan dit zou het niet worden in de jaren twintig. Het vroege Nederlandse fascisme kende wel kleurrijke figuren, maar geen leiders die de massa wisten te beroeren of een goede organisatie op touw konden zetten. Het versplinterde fascistische milieu kan met twee woorden worden gekarakteriseerd: fusie en ruzie.

 

2 Musserts lidmaatschapskaart

 

'Waarom moet ik dat doen?' 
Kees van Geelkerken, die in dit troebele milieu verkeerde en als klerk werkte bij de provinciale griffie in Utrecht, zag in Anton Mussert de benodigde leider. In nationalistische kringen had deze Utrechtse hoofdingenieur vermaardheid gekregen als organisator van een buitenparlementaire protestactie tegen een omstreden ontwerpverdrag met België. Vooral door Musserts toedoen werd dit ‘onaannemelijk tractaat’ in 1927 verworpen door de Eerste Kamer. Dit succes wakkerde zijn politieke eerzucht en minachting voor de parlementaire democratie verder aan. Tijdens hun gezamenlijk middagpauzes spraken Van Geelkerken en Mussert regelmatig over het fascisme. Van Geelkerken vond dat de hoofdingenieur het voortouw moest nemen. Mussert reageerde aanvankelijk weinig geestdriftig: ‘Waarom moet ik dat doen?’ Maar spoedig veranderde hij van mening. In de herfst en winter van 1930 belegde Mussert twee bijeenkomsten om een nieuwe politieke beweging op te richten. Het werden evenveel jammerlijke mislukkingen. Een saillant detail: een van de weinige aanwezigen, de jurist mr. J. Zaaijer, zou als procureur-generaal in 1946 tegen Mussert de doodstraf eisen.

 

Hoe groeide de NSB van deze jammerlijke mislukkingen uit tot een succesvolle partij? Lees het in ons jubileumnummer! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: