De 'Nederlandse Jeanne d' Arc'

1Vrouwen vechten tegenwoordig mee in het leger, maar in de 19de eeuw was een vrouw aan het front nog uitzonderlijk, zeker in de voorste gelederen. De Nederlandse Jenny Merkus was zo'n uitzondering: ze streed op de Balkan tegen de Turken. De buitenlandse pers was lyrisch over haar moed, maar Nederlandse kranten waren terughoudender. Wim van den Bosch en René Grémaux zochten haar geschiedenis uit.

 

Jenny Merkus aan het front in Bosnië
In Herzegovina en Bosnië sloeg in 1875 de vlam in de pan. Dit was de meest noordwestelijke punt van het Osmaanse Rijk, waar de bevolking in meerderheid bestond uit Servisch-orthodoxen en rooms-katholieken. Misoogsten hadden de afgelopen jaren al zes maal tot hongersnoden en duizenden slachtoffers geleid. Er ontstonden spanningen omdat de lokale (moslim)heersers  hoge belastingen in geld en natura oplegden, voor een deel ten eigen bate. Die moesten ook na misoogsten doorbetaald worden en kwamen boven op de redelijke Osmaanse belastingen. De centrale overheid in Istanbul van het al danig verzwakte Osmaanse Rijk kon of wilde hier niets tegen doen. Turkse troepen hadden echter wel geholpen bij de onderdrukking van volksopstanden die al in de streek waren opgelaaid. Die waren nadrukkelijk niet tegen de sultan gericht maar tegen de lokale potentaatjes. De militaire inmenging uit Istanbul was echter meestal ontaard in gruwelijke moordpartijen. 

 

In de zomer van 1875 kwam de bevolking in Herzegovina opnieuw in verzet: de Grote Herzegovijnse Opstand, die zich naar Bosnië uitbreidde.  Met stoomboten en stoomtreinen snelden journalisten van de grote Europese en Amerikaanse kranten naar het gebied en via de telegraaf konden zij hun redacties vlug hun kopij toesturen. 

 

 Een opmerkelijke boodschap
Dit was het toneel waarop ineens een 36-jarige Nederlandse vrouw verscheen. Jenny Merkus had veel geld bij zich, had wapens en medicijnen aangeschaft en was te paard en in mannelijke Herzegovijnse kleding de besneeuwde bergen ingetrokken. Zij presenteerde zich, de Nederlandse vlag in de hand, voor de min of meer in het gelid opgesteld staande bergbewoners en internationale vrijwilligers met een opmerkelijke boodschap. Verschillende kranten, waaronder Middelburgsche Courant en L’Estafette uit Lausanne, citeerden op 28 december 1875 haar woorden: ‘Ik ben een Jeanne d'Arc. Ik bezit al haar hoedanigheden. Binnen drie maanden zullen de Turken van de Balkan verdreven zijn.’ 

 

Dit was het begin van een lawine aan berichten over haar. Bijna dagelijks verschenen ze in de pers, van San Francisco tot Sint-Petersburg en van IJsland tot Nieuw-Zeeland. Wie was deze vrouw, waarom trok zij gewapend ten strijde tegen de islamitische overheersing van christenen, en hoe kon ze dit betalen? Lees haar complete verhaal in het decembernummer van Geschiedenis Magazine, nu verkrijgbaar in de (betere) boekhandel! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: